Zwemmen

Ik las ooit een boek dat ging over een appelboomgaard, maar vooral over dementie in een generatie van vrouwen en het oprakelen van familiegeheimen en steeds als het de hoofdpersoon te gortig werd dook ze in het meer. Hoe ze koel dat water induikt en net onder de waterspiegel blijft glijden terwijl het geluid van het door haar gebroken meer in haar oren suist werd hypnotiserend beschreven.

Vroeger zat ik op zwemmen, elk kind krijgt een sport en dat was de mijne. Ik heb er geen talent voor, maar ik heb het jaren met plezier gedaan, misschien omdat ik net als die vrouw in dat boek ook snel de neiging krijg om in meren te duiken. Toen ik over de Tower Bridge liep had ik zelfs zin de Thames in te duiken. Mijn klasgenoten zeiden dat de Thames de smerigste rivier van Europa is en toen ik beter keek zag ik dat ook wel. Maar die golven onder me leken een uitnodiging, voor verkoeling en afgesloten zijn van mijn omgeving, die ik heel aanlokkelijk vond.

Mijn zwemtrainer was een oude dikke man die zelf niet kon zwemmen. Hij kon goed fluiten. Hij floot tussen zijn vingers, niet met duim en wijsvinger in een rondje aan elkaar en dat dan onder je tong leggen, zoals mijn vader mij tevergeefs probeerde te leren, maar met beide wijsvingers in zijn mondhoeken, alsof hij zijn mond in een glimlach wilde gaan trekken.
Bij wedstrijden floot hij met je slagen mee, maar net iets sneller, zo jaagde hij je op. Na de duik in het water ben je als zwemmer op jezelf aangewezen – ondanks je vrienden die aan de kant zitten te kletsen en je familie die applaudisseert op de tribune hoor je buiten het geklats en getrek van je eigen slagen helemaal niets. Behalve dus die trainersfluit – het enige dat ik er ooit bovenuit heb gehoord.

Afgelopen zaterdag ging ik weer, voor het eerst in jaren. Ik liet mezelf in het wedstrijdbad zakken. Ik deed mijn duikbril op en zette af, ik zwom voorzichtig een paar slagen borstcrawl. Mijn armen boven mijn hoofd krijgen was ineens opvallend zwaar, maar al na een paar banen ging het beter.
Naast me zwom een man, die nadat ik tegen hem was op gebotst uitlegde hoe ik geacht werd te zwemmen: niet rechts heen en links terug, maar heen en terug in je eigen smalle zwemstuk. Toen we klaar waren vertelde hij dat hij voor een triatlon trainde en dat hij zwemmen ontzettend moeilijk vond. ‘Ik heb het gevoel dat ik niet vooruit kom’, zei hij, ‘dit is niet normaal voor een mens.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: