Sinaasappelgrijnzen

Zo raar is het niet, dat moest ik vinden, dacht ik toen, de eerste keer: in een bubbelbad zitten, naakt, met vijf mensen die ik niet ken, in een dorp waar ik nooit eerder ben geweest. De tegelvloer om het bubbelbad heen was nat en droogde niet op – het was winter en koud. We hadden onze badjassen aan een kapstok gehangen die veel te ver weg was, die ervoor zorgde dat we zeker drie meter naakt moesten lopen voor we ons door de bubbels konden laten verbergen.

De mensen in dat bad keken elkaar niet aan. Mijn moeder en ik kregen het niet warm. Zeker iets verkeerd gedaan met de volgorde, dachten we: van koud naar warm, douchen, emmer water op je kop, dompelbad, en terug – ofzo – hoe zat het ook alweer?
Niemand praatte. De flauwe glimlach die we elkaar gaven als we per ongeluk oogcontact maakten was ongeveer dezelfde als die wanneer je in de kassarij met moeite zo’n balkje uit dat gleufje pulkt en die achter je boodschappen propt.

Vanuit een hutje werd een deur opengeklapt. Het galmde over de stenen. Er kwamen mensen uit, een hele groep, er hadden enorm veel mensen in dat hutje gepropt gezeten. Ze liepen snel, niet om ongemak maar kou en sloegen handddoeken om hun schouders heen. Hun onderlijven bleven bloot. Sommigen hingen de handdoek zelfs over hun hoofd.
Het was een vreemd tegengestelde van de nette plaatjes die op de website hadden gestaan – mooie vrouwen met donkerbruin, nat achterovergekamd haar en een handdoek om hun onderlichaam. Hun zacht glanzende armen waren losjes om hen heen geslagen, met één knie opgetrokken, waardoor er precies niets te zien was wat niet mocht. Vanuit het bubbelbad zagen we precies de onderkanten van lichamen die bij heel andere mensen hoorden. We zouden zo gaan lunchen.
“Misschien eerst maar een glas wijn”, mompelde mijn moeder.

Iemand die eruit zag als een badmeester bood de hele kudde een zilveren dienblad aan. Er lagen partjes sinaasappel op. Terwijl de lichaamswarmte in razend tempo van hen afdampte en hun witte handdoeken veranderd leken in grauwe lendenlapjes om hun nek, namen ze de schijfjes aan: ze stopten die in hun mond en begonnen eraan te zuigen.
Sommigen hapten erin, beten zich vast en trokken de schil in één veegbeweging van hun tanden af, kauwden nog een keer of drie – sommigen bleven zuigen en hadden tijdelijk een sinaasappelgrijns. Daaronder stonden de witte lijven met hun kippevel en hun verschrompelende kont. Er bleef langzaam niets van ze over, steeds minder en minder – hun vingers en tenen werden al blauw.

Wij trokken onze blikken van ze af, maar gingen steeds weer naar ze terug. De mensen in het bubbelbad keken elkaar nu samenzweerderig aan. Onder de bubbels werden onze plompe lijven warmer en warmer, dikker en dikker.

Een gedachte over “Sinaasappelgrijnzen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s