Win-win-win

Ik kwam op het kantoor van de daklozenkrant terecht. Ik had er zin in, ineens was ik enorm daadkrachtig en vol vooroordelen ging ik aan de slag. Wat ik dacht wat ingedutte hulpverleners waren bleken realistische mensen die hun savior complex allang verloren waren, of, misschien beter zelfs: nooit hadden gehad.

Ik las destijds op Nu.nl een bericht over iemand die in Amerika het geniale plan had opgevat om van daklozen wifi-spots te maken. Zo kon je bij hen in de buurt je mail checken, twitteren of een selfie versturen met de dakloze- met wie je dan évidemment ook een praatje maakt. Ze zijn straatbewoner, dus lopen overal en nergens rond, maar hebben wel hun eigen territorium. Handig: zo voorzie je de stad van vrij internet, krijgt de dakloze het gevoel nuttig te zijn en wat aanspraak en komt de gewone mens eens met een zwerver in aanraking. Win-win-win.
Dit bericht pitchte ik briesend op de vergadering.
“Het is toch belachelijk?” riep ik.
Ik legde uit dat er in Amerika veel kritiek was geweest onder de politiek en de man-op-straat (niet te verwarren met de dakloze) over het zo commercieel en klakkeloos omgaan met mensen. Ik wilde hier in Groningen dan ook een wethouder om een reactie vragen en een aantal medewerkers van de daklozenopvang en er dan een stuk over schrijven, want zoiets zou in Nederland nooit-
“Vraag het ze zelf”, zei de redactie.

Na een telefoontje met de persoonlijk begeleider van de verkopers kon ik een paar van de daklozen te spreken krijgen. Dat was nog niet makkelijk. Ze stonden niet bepaald op me te wachten, maar er werd geluld als brugman en dus sprak ik er uiteindelijk twee op het grote distributiecentrum en twee op straat.

In de grote hal waar de kranten werden opgehaald werd ik met wantrouwen aangestaard toen ik binnenstapte en vroeg naar de man en vrouw met wie ik een afspraak had. Ik droop af. Ze bleken al in het kantoortje te zitten van de sociale werkers – ongeveer veertig jaar oud, vrolijk en roekeloos dronken ze hun koffie in grote slokken op. Ze roken sterk naar drank en tussen de slokken koffie door kraakte de man steeds wanneer hij ook een slok bier uit een anderhalf-literblik nam. Alcohol was er verboden.
Op een nieuw notitieblok schreef ik alles op wat ze me enthousiast vertelden. Ze vonden alles goed, ze vonden het leuk te worden geïnterviewd.
“Waarom niet?” zei de man.
“Lijkt mij wel wat”, zei de vrouw, terwijl ze een sigaret opstak. Roken was er ook verboden.

De twee op straat waren aan het werk en hadden helemaal geen zin in de redactie. Omdat ik de sociaal werker bij me had gaven ze me een hand en toen ik mijn kop hield en naar ze luisterde, en nadat ze hadden alles mochten zien wat ik opschreef, gaven ze eerlijk antwoord en dachten ze over de kwestie na.
De één had meteen een plan- die wist precies waar de beste vrije spots dan zouden zijn en wilde dan zijn eigen internetclub gaan oprichten rondom een bankje in het Noorderplantsoen. De ander vond het minder- hij had het al druk genoeg. En hij vond De Riepe nou niet bepaald met internet te maken hebben. Nee nee.
“Daar moet ik niets van hebben”, zei hij, “mijn klanten verwachten kwaliteit en ze zijn gewend dat ik hier altijd op deze plek sta en ik kan het niet maken een beetje doelloos rond te gaan wandelen.”

Toen ik met mijn aantekeningen terug kwam op kantoor vroeg mijn begeleider hoe het was gegaan. Ik vertelde het haar.
“Nou, prima toch”, zei ze met een slinks lachje. “Dat wordt een mooi stuk.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s