Zussenspraak

Gisteren dronk ik thee bij drie zussen, want van hen is hun moeder mijn vriendin. Ze zijn nog maar klein: ik hielp met het inkleuren van een kleurplaat en het overgooien van een bal op het gras.
In mijn studententijd woonde ik samen met Kim, een andere vriendin, in ons studentenhuis. Ze was een van mijn vijf huisgenoten. Ook al had ik op haar hospiteerborrel nog tegen haar gestemd, we konden het goed vinden en deelden elke ochtend een jerrycan melk en maakten daar brinta van. Ik ging met haar mee naar haar huis, naar haar ouders. Ook Kim kwam uit een gezin met drie dochters. Ze praatten met elkaar.

Rap en continu kwam er uit de zussen een enorme woordenstroom die niet voor mij, en ook niet voor hun ouders te volgen was. Ze maakten elkaars zinnen niet af- zoiets was het niet, ze praatten gewoon ongelofelijk snel.
Daarbij maakten ze geen gebaren. Het was niet een soort Italiaanse drukte, integendeel: ze zaten rustig naast elkaar, in de tuinstoelen op het terras en smeerden ondertussen hun schouders in. Als je ze zou hebben gefilmd zonder geluid kon je niet zien dat ze in gesprek waren: ze keken elkaar niet aan, ze bewogen nauwelijks hun monden. Maar steeds was er die woordenstroom waardoor ze met elkaar in contact stonden.

Ik zat, liep en sliep een zomerweekend tussen hen in en probeerde wijs te worden uit de dynamiek die Kim en haar zussen bezaten. Het was een vorm van interactie die besmettelijk was- ik deed op maandagmorgen toch uiteindelijk een beetje mee – half, want het was nooit helemaal te bereiken, dat ideaal. Ook voelde ik me nog onderdeel van de mensen buiten hen, de ouders aan wie ik nog in gewone taal vroeg of ik de mayonaise mocht, en de ijscoman, die mij tenminste wel kon volgen.

De twee blonde meisjes die ik gisteren een bal leerde vangen beginnen nu. Sinds kort praten ze. De oudste is verlegen en een rauwdouwer- ze heeft pas nu ze naar school gaat het wonder der spraak echt ontdekt. Haar zusje van drie gaat echter meteen gelijk op en dus leren ze het nu tegelijk: twee meisjes met wit haar en grote blauwe ogen stoten afwisselend hun hoge, aandachtvragende klanken uit, terwijl mijn vriendin hen steeds pareert. De jongste drinkt nog aan haar borst.

Ze staan op het punt. Over een paar jaar kan de moeder hen niet meer volgen. Dan komen er vriendjes en vriendinnetjes op bezoek die de drie zussen in hun eigen domein niet meer kunnen verstaan.

Of misschien niet? Ik zat hierover te peinzen terwijl hun vader aan het einde van het gras de grond voor een speelschuur aan het opmeten was. Meteen erachter staan de bosjes en de bomen. Ze zullen straks in die bomen gaan klimmen. De oudste rent er nu al naartoe en is dan volkomen stil. Misschien zal de boomhut het toch nog gaan winnen van het wijvenwonder der spraak.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s