Eiland

De beste vriend van mijn onderbuurvrouw komt langs om zich aan te sluiten bij onze middagborrel. Aan haar picknicktafel zitten we langzaam rustig te worden onder mijn was. Ik ben moe en verdrietig van mijn dag en de dag ervoor. Nog voor hij plaatsgenomen heeft vraagt ze hem of hij binnenkort een weekend op haar katten wil passen en ook op die van mij, want “Sonja en ik willen even naar een eiland”.
Haar dringende toon vindt hij volkomen logisch. Hij knikt en begint een sigaret te draaien.
“Kan hoor. Prima.”
Hij steekt op. Ik denk aan de eilanden waar ik ben geweest.

Terschelling, met een vriendin van mijn studie. We gingen een weekendje, ik was nog geen twintig, we haalden eruit wat erin zat. Zij was het al gewend, want ze kwam van Harlingen. De boot naar de overkant had ze al tientallen keren genomen en nu ging ik mee. We deelden een tent en huurden fietsen, zij slingerde, we haakten onze sturen in elkaar en vlogen over de kop in de duinen.
Onder de douche zag ze dat ze onder de teken zat. De overbuurman op ons tentenveldje bleek een ambulancemedewerker en dus kweet hij zich van de taak haar van top tot teen te onderzoeken- ietwat ongemakkelijk was het wel, maar toch niet verkeerd. We wisten niet met een tekenpen om te gaan, al werden die bij de balie van de camping bij het inchecken bijna automatisch aan je overhandigd.
Teekvrij meden wij daarna helaas de bospaden, ik vond ze zo bijzonder – links de Waddenzee, rechts de Noordzee – je wist dat die zich buiten de bomen meteen bevonden. We gingen naar het strand en we verbrandden. Ik las An unofficial Rose van Iris Murdoch en zij, zoals later bleek, schreef naast me op haar buik liggend een vakantiekaartje aan mij.

Later, tientallen keren, in het vakantiehuisje van de ouders van mijn ex. Rustige, ritualistische weekenden, na het eerste, dat juist een groots avontuur was, want we waren verliefd aan het worden, al dachten we dat we dat dat allang zover was. Uit eten gaan en overal de cranberrytaart proberen en altijd langs bij de boekenboer en er te laat achter komen dat die dicht is.

Schiermonnikoog, op bezoek bij een nog rauwe pijn lijdende net gescheiden vriendin, die met haar vierjarig zoontje er even uit moest en een appartement in de duinen huurde. Het kind dat van niets leek te weten, dat ‘s morgens onstuimig bij me op de logeerbank sprong terwijl zij snel een sigaret rookte tussen de glazen schuifdeuren in de ochtendzon.

En dat andere vakantiehuisje van de ouders van mijn eerste vriendje, heel lang geleden op Vlieland. Hoe zij opschepten over het autovrije eiland, hoe hun huisje zo ver mogelijk van de bewoonde wereld verwijderd was. Monopoly spelen met de arrogante vader die niet tegen zijn verlies kon en de schok van de moeder toen ik bij haar zoon in bed gekropen bleek. De irritatie die ze daarna niet langer kon verbergen. Ze gaf me haar dikke fleecetrui toen ik er een nodig had. (“Ze heeft niet eens een fatsoenlijke trui bij zich.”)

“Waar ben je nog niet geweest?” vraagt mijn buurvrouw.
“Ameland”, zeg ik.
“Dan gaan we daar naartoe.”
“Ik moet werken, denk ik”, zeg ik.
“Het hele weekend toch niet?”
Dat niet.
“We gaan gewoon even naar de overkant”, zegt ze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s