Gladiolen

“Dát zou ik wel kunnen doen”, zeg ik, en ik knik naar de barista die verveeld het cappuccinoapparaat aanzet. “Lijkt me een prima baantje.”
“Nou. Dan ga je dat toch doen.”
“Of bier tappen. Bier tappen zou ik ook wel kunnen.”
“Dan ga je bier tappen.”
“Of gewoon iets administratiefs. Iets simpels.”
“De telefoon opnemen ofz-“
“Nee! Niet de telefoon opnemen.”
“Oh ja, haha. Maar gewoon iets administratiefs.”
“Ja.”
“Iets simpels.”
“Ja, iets simpels. Dat je er ‘s nachts niet van wakker ligt.”
“Dat je het niet mee naar huis neemt.”
“Dat je het niet mee naar huis neemt, ja. Gewoon voor erbij. Voor bij het schrijven. Op zich was dat met dat callcenterwerk natuurlijk wel zo.”
“Dat je het niet mee naar huis neemt.”
“Ja. Dat was er wel een voordeel van. Lekker mindless werk. Maar ja.”
“Ik zou ook gewoon uitzendbureaus langsgaan. En ik vraag nog wel even of dat baantje bij die uitgeverij waar ik werkte iets is.” Hij neemt een slok van zijn Oolong thee.
“Doe dat.”
“Ik denk het niet.”
“Niet?”
“Nee, het drukke seizoen is net voorbij. En ze zoeken meestal mensen in april. En dan wordt het in de zomer druk, want in september komen alle nieuwe uitgaven uit. En dan kan je misschien blijven als ze dan nog extra mensen nodig hebben. Maar die kans is op zich klein.”
“Maar dan moet je er dus al werken dus.”
“Ja, dan moet je er al tussen zitten…” Nog een slok. Hij staart voor zich uit naar de posterwand en dan naar de meisjesbarista met de blonde paardenstaart. “Maar het kan ook dat er iemand uitvalt natuurlijk.”
“Kan altijd”, zeg ik, kijkend naar de Vera-posters op het prikbord en naar een moeder met een kind en een man met een bos prachtige krullen aan de grote houten tafel. De krullen hebben een rossige glans. Ik kan het niet goed zien. Een enorme vaas met gladiolen die net geen water meer kunnen drinken want het laagje water is niet aangevuld, staat ervoor. “Wat?”
“Ik kan het wel vragen.”
“Wat vragen?”
“Of ze nog iemand zoeken. Maar de kans is klein.”
“Ja, laat maar dan.”
“Maar het kan natuurlijk altijd.”
“Dat is waar. Doe maar dan.”
“Maar ik denk dat het weinig zin heeft, op zich.”
“Mooie gladiolen.”
“Huh?”
“Gladiolen, zijn dat.” Ik wijs. Hij kijkt de verkeerde kant op.
“Die bloemen, daar op tafel. In die grote vaas.”
“Gladiolen.”
“Ja.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s