The thing with feathers

“Hope is the thing with feathers / that perches in the soul / and sings the tune without the words / and never stops at all.”

Een penvriendin citeerde dit in een van haar brieven. Het is een citaat van Emily Dickinson en zij heeft er een deel van in inkt onder haar huid laten zetten. Ik twijfel al jaren over een tatoeage, meer dan tien jaar, om precies te zijn – ik heb een map met allerlei tatoeages die ik mooi vind, met de beste tattoo-artiesten van Nederland, met de beste plekken van het lijf om ze op te gaan zetten en nog steeds heb ik geen tatoeage.
Eens in de zoveel tijd krijg ik de drang en alleen voor piercings heb ik die post laten vatten op mijn lijf – maar goed ook, want alle piercings zijn er inmiddels weer uit. Ik ken mijn eigen impulsiviteit en paradoxaal genoeg maak ik daarom een map, creeëer ik een onderzoek- om het zeker te weten, om er echt zeker van te zijn. Kennelijk ben ik dat nooit geweest. Inmiddels denk ik dat de tatoeage er nooit zal zijn.

Ik moest eraan denken toen op internet de titel van een nieuw boek over rouw langskwam: “Grief is the thing with feathers”, die natuurlijk hieraan refereert en ik begreep na twee seconden nadenken hoe mooi die titel was gevonden, maar na dertig seconden bedacht ik me hoe dreigend die tevens klinkt. Als de vierde regel van het gedicht van Dickinson ook op rouw van toepassing is betekent dat namelijk dat je er nooit helemaal vanaf zal zijn.
Grief sings the tune without the words, ja, dat is natuurlijk ook zo, maar ik neem aan dat de schrijver van het boek toch heeft geprobeerd die woorden te vinden. Waarom anders erover schrijven?
Een ander boek over rouw, waarbij de schrijver zijn kind verloren was, zo las ik in een recensie, sluit af met de hartverscheurende constatering dat hij het verschrikkelijk vindt voor dat grote verdriet woorden gevonden te hebben.

Waarom erover schrijven? Nou: waarom doe ik het zelf? Om houvast te vinden. In de serie Broadchurch die ik nu aan het bingen ben wordt rouw beschreven door een bittere moeder, ietwat verbaasd; het is iets dat kennelijk buiten een mens om gemanifesteerd wordt, niet iets dat in een mens zit.
Het gaat om houvast, het gaat om controle, het gaat om het gevoel ergens ten prooi aan te zijn, waar een mens steeds opnieuw mee te maken krijgt en langzaam wanhopig van wordt.

Toen ik het hoorde van Zwagerman zat ik in de kroeg met collega’s en was ik daarna de hele nacht van slag. Niet om Zwagerman, maar ook niet om mijn broer die zelfmoord pleegde, realiseerde ik me na een paar uur. Ik was om mijzelf van slag – om angst.
Als Zwagerman, net als Robin Williams, jarenlang die wanhoop heeft kunnen overwinnen en er uiteindelijk toch aan bezwijkt, ja, dan denk ik aan mezelf, dan denk ik aan mijn eigen hysterische depressieve episodes. Dan ben ik bang voor die pijn en dan voel ik onmacht en denk ik, wakker liggend: het haalt je altijd weer in. It never stops at all.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s