Gaskraan

“Nou moet je even goed luisteren”, zegt de man tegen me en ik word boos maar hij merkt dat niet en hij zegt het nog een keer, hij zegt: “Nou moet je eem heel goed luustern. Waar is je gasmeter?”
Ik knik naar de deur in mijn gangkast. Hij kijkt ernaar en glimlacht, ik wacht een fractie van een seconde. Hij wacht, glimlachtend.
Ik erger me aan mijn eigen wachten, wil de deur met een daadkrachtige draai van de sleutel in het slot en een ruk eraan opentrekken, maar die hapert, weigert open te gaan door de tapijttegel eronder die hij omver duwt. Ik buk me en leg de tapijttegel terug, trek weer aan de deur, die de tapijttegel opnieuw omver schuift en daarna stokt. De man lacht nu hardop. Ik buk weer en leg de tapijttegel weer terug-
“Hier, laat me maar-“, zegt hij,
“Nee, het lukt wel”, zeg ik.

Hij wijst naar een bronskleurige dikke leiding met een slot daarop dat gedraaid kan worden. “Daarvoor moet je dus thuis zijn, morgen”, zegt hij met nadruk. Hij praat duidelijk tegen de gaskraan en dan weer tegen mij, maar ik heb geen zin om hem aan te kijken, ik blijf kijken naar het gasslot, alsof ik het voor het eerst zie, alsof het moeilijk is wat ik van hem moet doen. Ik heb hier geen zin in, ik vind het irritant dat ik net in mijn strakke hardloopbroek langs hem, joelend, en zijn collega’s, joelend, moest lopen, dat ik gisteravond nog langs ze de deur uit moest voor toiletpapier kopen, dat ik vanmorgen door hun gekleng wakker geworden ben.

“Snap je het? Je moet goed luisteren”, zegt de man weer.
“Ja, tussen 8 en half-“
“TUSSEN ACHT en half vief goan wie d’r mee bezig”, brult de man, mij onderbrekend, weer naar de gaskraan wijzend, “en als je dan thuis bent dan geven we een sein en dan moet je deze kraan weer terugdraaien.”
Ik kijk naar de kraan, met het hendeltje erop. Je kunt het zo draaien dat het er dwars op komt te staan. Dan is hij waarschijnlijk dicht.
“Je moet die dan weer open doen, dat als eerste, en zie je hoe je dat kunt doen?” De man staat dichtbij.
“Dat ding weer opendraaien”, zeg ik.
“DAT ding weer opendraaien-“
Nu onderbreek ik hem: “Als ie overdwars zit, is ‘ie dicht.”
De man doet alsof hij mij niet gehoord heeft en gaat met zijn uitleg verder waar hij gebleven was. “Nou moe je eem goed kijken. Als dat ding overdwars zit, dus NIET zoals nu, als ie dus overdwars zit” – hij maakt met zijn vingers een resolute draaibeweging – “DAN zit ie dicht.” Hij kijkt omhoog en wacht tot ik iets zeg. Ik zeg niets.
“Luister je?” vraagt ie. “Dan moet je hem dus weer open draaien.”
“Ja”, zeg ik.

“En dan loop jij omhóóg”, zegt hij en ik verwacht dat hij me aan mijn elleboog omhoog zal duwen om het direct voor te doen, de trap op, als een stout kind, “en dan ga jij naar de keuken.”
Ik sla mijn armen over elkaar en frons.
“Snap jij mij wel?” zegt hij. Hij zegt: “Jij loopt naar boven, naar de keuken en je doet het gas even open. Luister je?”
“Ik luister”, zeg ik bars.
“En dan moet je wachten tot je gas ruikt, en dan weet je dat ‘ie weer open is.”
Ik staar naar hem.
“Ja, het is niet zo moeilijk hoor”, zegt de man.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s