HBO-cursus

“Mexicaans?”
“Ja, wat wil jij?”
“Ja, prima.”
“We kunnen ook wat anders doen.”
“Nee, Mexicaans is prima. Of vind jij Mexicaans niet…”
“Ik weet niet, we kunnen ook eerst hier kijken.”
“Oke. Ja, ook prima.”
We lopen de hoek om, de ingang zit aan de zijkant van de vismarkt, het regent nog steeds en mijn moeder houdt de paraplu te laag, zodat steeds een balein in m’n nek steekt. We stappen de drempel over in een rood en zacht tapijt en worden tegengehouden door een extreem zenuwachtig lachende serveerster die zegt: “Had u gereserveerd?”
“Nee, we wagen het erop!” lacht mijn moeder zenuwachtig terug. Net bij de Thai hadden we al niet gereserveerd en in het café waar we daarvoor met bier en nacho’s zaten moesten we drie kwartier wachten. Nu hebben we hier ook niet gereserveerd en we zijn nat en mijn moeders voeten doen zeer en ik heb honger want ik heb nu ook bier gehad.
“Jullie mogen de trap op lopen hoor”, lacht de serveerster en we lopen de trap op.
“Ah, hier om de hoek”, zie ik meteen, ik gooi mijn tassen in een stoel en mijn moeder lacht ongemakkelijk teveel en ik vraag haar of ze het een goede plek vindt, ja hoor, een prima plek zegt ze – prima, uitstekend. Niets mis mee.
“Wil je ergens anders heen?”
“Ja.”
We gaan een restaurant verder. Daar is eindelijk een reservering weggevallen, er is een plek bij het raam, ik wacht tot mijn moeder de stoel heeft gekozen die zij wil en mij niet voor laat gaan en aarzelend gaat ze zitten op de bank. “Je mag ook wel naast mij hoor.”
Dat hoeft niet. We eten het voedsel dat niet erg lekker is, maar de wijn is voortreffelijk.

“Nou. Mooi geslaagd toch?”
Mijn moeder heeft drie blouses en ik een blouse en een trui en een broek. We begonnen om tien uur, toen het nog niet regende. De citroencake die je bij Huis de Beurs bij de koffie krijgt ben ik naast Martin Bril (“Als ik in Groningen ben zit ik altijd graag in een prachtig ouderwets etablissement aan de hoek van de vismarkt…”) met het begin van de jaarlijkse winkeldag met mijn moeder gaan associëren.

Ze vertelt dan bij die cake over mijn oma’s en mijn tantes en over een paar nichten nog daarbij. Ze vertelt over solliciteren. Ze vraagt hoe het met me gaat. Het ochtendgesprek is bijpraten en voorbereiden en dan komt aan het eind van de dag het middaggesprek bij het bier als we helemaal kapot zijn.
Dit jaar was ook nog de Bijenkorf bezig met een verhuizingsuitverkoop. We zijn dus doodmoe en gaan onder de brander van de serre van de Stadlander zitten, zij met een La Chouffe en ik met een Affligem dubbel van de tap en dan komt het tweede gesprek, waarbij we allebei na een half glas altijd moe zijn en emotioneel en nog een keer praten over familie maar dan anders – over onszelf en over vroeger (“Je vader en ik dachten altijd…”) en over Tim, natuurlijk, uiteindelijk, want op de dag dat wij dit gesprek voeren- halverwege december (SALE), is de verjaardag van mijn broertje weer upon us, is het weer bijna eerste kerstdag.

En dan vertelt ze iets raars waar ik eerst om moet lachen. Ze noemt een naam van een van de Rijssense vrouwen die zich in haar leven bevinden maar die ik nooit herken, ook niet na verduidelijkingen dat het de moeder van die en die betreft (of het vreselijke ‘vrouwtje van’), en ze vertelt dat een van hen een soort van bijeenkomst gaf voor een groep vrouwen waarbij ze konden leren loslaten of zoiets.
“Tot je kern komen”, zegt m’n moeder met een frons, ze doopt een nacho in de salsa en bijt er krachtig een stuk af en kauwt en zegt met volle mond: “en dat wil ik gewoon niet meer.”
Vervolgens vertelt ze over de enthousiaste zus van haar ex-baas, die wilde dat ze met zijn allen eerst ontspanningsoefeningen deden.
“In je been knijpen, aanspannen en dan weer loslaten”, kauwt mijn moeder, starend naar de lichtjes buiten en de Groningse gele klinkers die glanzen van de regen.
“Oh, ken ik wel, die oefeningen”, zeg ik.
“Ja, maar daarna moest je dus de hand op elkaars knie leggen”, zegt mijn moeder en ik stok met kauwen, vraag me een halve seconde af waar dit naartoe gaat-
“En toen op je dijbeen”, zegt ze en ze kijkt me weer aan.
Ik kijk kennelijk geschokt, want ze begint te lachen.
“Het werd toch niet een of andere tantracursus?”
“Nee joh.”
Ik neem een slok en ze wordt ernstig.
“Ja en toen moesten we onze diepste emoties vertellen.”
“Hoe bedoel je?”
“Nou, gewoon, de een na de ander kwam met verdriet en drama en zo en ik dacht – ik wil dit niet.”
“Had ze je uitgenodigd om te helpen in het rouwproces?” Ik merk dat ik kwaad word.
“Ja, ik denk het wel.”
“Jeeeezus mina, wat denkt zo’n hobbytut wel niet? Waar is dat mens mee bezig? Dat is hartstikke link.”
Ze knikt een beetje en wacht of ik nog meer ga ranten.
“Ze kan toch niet zomaar gaan spelen met vuur- beetje de groepstherapeut uithangen?”
“Nou, ze heeft een HBO-cursus gedaan, hoor”, zegt mijn moeder bloedserieus, “maar ik heb haar later wel verteld dat ik daar gewoon echt geen behoefte meer aan heb.”
“Ah. En wat vond ze daarvan?”
“Ja, vond ze wel moeilijk.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s