Washandjes

De docent had zich eindelijk teruggetrokken. Het was eindelijk avond en dus waren we vrij om wijn te drinken en te praten met elkaar over andere dingen dan de kunst die we die dag hadden bekeken. We zaten met twee flessen met zijn vieren buiten op de stenen in het gras. De Florentijnse villa was al rustig, het leek of er niemand woonde behalve de beelden in de beeldentuin en de schoonmaakster die we af en toe per ongeluk tegenkwamen.

We waren op werkweek en kenden elkaar alleen van een reeks hoorcolleges, we waren allemaal nieuw in de master. En we hadden een mooiste meisje van de klas. Zo iemand was er, zij had eerst al Minerva gedaan en had blond haar, zij was lang en volwassen, ze was al een paar jaar docent op een middelbare school en sprak zelfverzekerd met een lage stem.

Ze vertelde dat ze een spastische darm had. Het jonge studentenkoormeisje, dat enorm tegen haar opkeek, die ochtend nog een T-shirt van haar had geleend en trots de hele dag gedragen, begon te giechelen en sloeg meteen geschrokken een hand voor haar mond.
Ze zei: “Ik wilde echt niet gaan.” Maar we moesten allemaal, deze excursie was verplicht.
Terwijl wij dingen zeiden als Ach, ja, het is ook niet leuk, het is ook wel zwaar, het is ook raar om met onze sociaal onhandige en vreemde docent opgescheept te zitten – zei zij abrupt: “Ik ben ziek.”
Het was een verbazingwekkende mededeling, want ze was zo mooi. Zo schoon. Ze had zichzelf zo rustig in de hand.
“Allemaal washandjes”, zei ze, “washandjes. Overal.”

Ze had wekenlang en toen maandenlang en uiteindelijk eigenlijk gewoon jarenlang last gehad van stress, en niet kunnen eten en niet kunnen poepen. Het meisje dat haar shirt droeg giechelde niet en hield haar hand niet voor haar mond bij het woord poepen, maar vergat te drinken uit haar glas – het bleef voor haar openhangende mond in de lucht zweven en ze staarde naar de bloedmooie vrouw die iets begon te vertellen over poep en washandjes.
“Eigenlijk heb ik dus gewoon chronisch diarree”, zei die.
Altijd?” vroegen wij verbaasd.
“Altijd”, zei zij bevestigend, ineens kalm. Ze nam rustig nog een slok en vulde onze glazen bij, alsof zij gastvrouw was. Ze leunde achterover op één hand en vertelde verder.

“Ik moest naar het ziekenhuis voor allerlei onderzoeken en ook voor een operatie aan mijn darmen, een kijkoperatie, en dan moet je niets eten en je endeldarm moet helemaal leeg zijn. En alle lucht moet eruit. Dus ze pompen dan eerst heel veel lucht in je. En daarna moet je een uur of drie in een afgesloten kamer liggen en dan moet je alleen maar scheten laten.”
Ze keek mijmerend voor zich uit, en vertelde verder: “Ja, en dan zitten er dus een arts en twee verplegers bij je kont. In je kont te kijken. Je ligt met je benen achterover in van die beugels alsof je moet bevallen.”
“Nee!” riep een van ons.
“Ja”, zei ze.
Het was even stil.
“Maar die scheten ruiken nergens naar hoor”, zei ze haastig, “het is gewoon lucht.”
Weer keek ze voor zich uit, naar het beeld van Karel Appel.
“Ik heb wel scheten gelaten van drie minuten lang”, zei ze dromerig tegen het beeld. “Drie minuten is lang hoor, voor een scheet.”

“Tja, toen bleek dat ik een spastische darm had, which is dus chronische diarree, en altijd voorzichtig moeten zijn met eten en geen koffie en geen superspicy food en alles. Maar dus vooral: chronische diarree.”

“En het is dus gelukkig nu niet meer zo, maar net na al die nare gore onderzoeken in het ziekenhuis was ik echt heel ziek en kon ik eigenlijk gewoon niet rondlopen of het liep uit me. Dus ik lag maar de hele dag in bed op m’n rug met m’n benen omhoog en veegde mezelf de hele dag af met natte washandjes. En die moest m’n vriend wassen en we hadden net vier maanden.”
Wij keken allemaal met open mond naar haar. Ze keek ons weer aan. Ze zei: “Overal om het bed heen lagen washandjes op de vloer. Vochtige stinkwashandjes.”

Toen stopte ze met praten. Ze was klaar. We maakten wat instemmende geluiden, wat geschokte geluiden, begripvolle geluiden. We snapten nu echt wel dat het niet leuk voor haar was om op reis te gaan.
Ze zat er nog steeds mooi te wezen, droeg de gave riem die haar handelsmerk was, haar toffe stijl- echt van haar.

Op de laatste ochtend van de excursie kwam het meisje dat zo tegen haar had opgekeken en bij haar op de kamer sliep enthousiast onze slaapkamer binnen vallen. Trots liet ze de riem, om haar eigen heupen zittend, zien.
“Kijk!” zei ze, “heeft ze me gegeven!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s