Noemen

Iets een naam geven. Het is zelfs een uitdrukking, die zegt: iets betekenis geven. Het tegenovergestelde heeft ook een zegswijze: dat mag geen naam hebben. Maar dat wil het natuurlijk wel, impliceert dat, want alles en iedereen wil een naam. Wat moet een mens zonder?

Een goudvis (ik ken er een die Harold heet).
Een hond (ik ken er een die Pesto heet).
Een kind (alles is mogelijk. Nee dat niet. Nee. Veto. Veto).
Mijn vriendinnen vertellen weleens over de veto-oorlogen met de vaders van hun kinderen in de maanden dat die nog in hun buik zaten. Op schrijfwijzes zijn hele kindernamen weggegooid. Ik moet mijn bek gaan houden, want drie kinderen die ik ken lopen al rond met een naam waarvan ik hardop peinzend tijdens zo’n roddelgesprek zei: “Weet je wat ik nou echt een leuke naam vind?” Zo hou ik zelf geen namen over.

Vernoemen heeft ook een betekenis, daarom is dat bij mijn broer en mij niet gebeurd. Alhoewel. Mijn moeders beste vriendin, zo ontdekte ik ongeveer op mijn vijfde, heet ook Sonja. Het zegt volgens haar niets (“Ik vond het gewoon een mooie naam”), maar dat doe je natuurlijk niet als Sonja helemaal niet leuk is.

Noemen is: iemand zien.

Het gedicht van Neeltje Maria Min dat zo mooi is zag ik altijd uit het hoofd komen van een kind dat zit te tekenen onder tafel. Met haar kleurpotloden en met een wit jurkje aan. (Het is avond en de hele kamer is donker en ergens zit een man op de bank achter een krant haar niet te zien. Er staat een zacht spotlicht op haar. Anders kan ze nauwelijks tekenen.)

Een dichter vertelde mij onlangs dat hij haar had ontmoet, Neeltje Maria Min. Terwijl we zo interessant mogelijk bezig waren met celebrity poet name dropping zei hij ineens háár naam.
We reden over een rotonde in Eindhoven met zes dichters in een busje en hij riep: “Neeltje Maria Min! Die heb ík ontmoet! Ze kwam naar me toe en ze zei dat ze mijn voordracht goed vond.”
Ik draaide me om naar hem toe en vroeg gretig niets meer dan “Ja??”
Hij zei: “Ja!” Hij werd rood en glunderde als een kind. “Nou, dan word je wel even heel klein hoor. Ik wist helemaal niet wat ik moest zeggen.”
De bus was even stil.
Daarna ging hij verder: “Ik heb haar daarna nog meerdere malen ontmoet en dan praatten we wat. En we hadden mailcontact. Toen was het eigenlijk heel normaal verder.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s