Het bankje of de cocon

Wat is fictie? Iets dat niet echt gebeurd is, iemand die niet echt bestaat, iets dat je brein verzonnen heeft en een duidelijke structuur heeft: begin, midden, eind; iets met een plot. Non-fictie is: iets dat niet verzonnen is, een waargebeurd verhaal. Zoals in mijn moeders Libelle of Margriet soms aangeprezen wordt, een boek dat op de koffietafel op het podium van Oprah ligt, wanneer er dan toch een verhaal van geschreven wordt met een begin, midden en eind, een verhaal met notabene een plot, terwijl het toch wel degelijk op de werkelijkheid is gebaseerd. Iets ergs is gebeurd en goed afgelopen – iets met tegenslag, met ziekte, of bijna dood. Of: iets ergs is gebeurd en niet goed afgelopen, maar lijkt nu toch betekenis te hebben als het tussen twee kaften zit. Eigenlijk is dat nog steeds fictie, dat snappen ze in de boekhandels ook, ze leggen ze op de tafels bij de romans.
Deze soort nep-non-fictie is: orde. Een verhaal dat niet verzonnen werd wordt toch nog geordend, wordt toch nog in de vorm geperst van begin, midden, eind, wordt beconcludeerd, betrokken bij het leven zelf, tegen het licht gehouden. Zo. En wat hebben wij hier nu van geleerd? Gaan wij het voortaan anders doen?

Echte, droge, eerlijke non-fictie is: In tien stappen stoppen met roken, Hoe ruim je je huis het beste op, De wereld van Sofie, Een kleine geschiedenis van bijna alles, de biografie van Jantje Smit.
En echt leuke non-fictie is: een essay. Een puzzeltje. Of: een spelletje. Dat is non-fictie op zijn best. Sontag doet het. Wortel doet het. Ik praat tegen je, hallo, knock knock; dat is non-fictie.

Fictie is: verzonnen orde. Oh wat heerlijk, het leven is dus toch een verhaal. Hier kan ik wat mee. (En dan: dit verhaal is zo fantastisch, was het maar echt gebeurd. Zou dat niet prachtig zijn? Daarom liggen dus die boeken bij Oprah op de tafel – die ware werelden die tussen twee kaften zijn geperst om dat sentiment te bevredigen. Mijn god, je leven lijkt wel een roman. Opschrijven die hap. Mensen vinden dat prachtig. Anyway. Waar was ik.)

Een van de grootste tegenstellingen tussen een verhaal en de werkelijkheid is waar het stopt. De werkelijkheid gaat door. Elk leven kan opgetekend een drama zijn, een komedie, een liefdesverhaal of een zwart, cynisch zelfhulpboek: alles is mogelijk, het ligt alleen aan waar je het stopt en waar je het laat beginnen. Kies: welk stukje leven knip je uit jouw hele verhaal? Een happy end is tijdelijk. Een triest einde ook.

Non-fictie is nadenken, fictie is beleven? Kan je zoiets ook nog zeggen? Ik denk nu bijvoorbeeld aan het verschil tussen het lezen van een roman en de essaybundel van Susan Sontag waarin ik bezig ben. Zij laat me mezelf niet verliezen maar laat zichzelf zien, lost samen met me het probleem op, denkt met mij hardop na, alsof ze tegenover me zit met een kop koffie.
In de roman is de schrijver er niet. Je vergeet dat die er was. Als je het verhaal dichtklapt, die hele wereld daarbij, schrik je wanneer je achterop van de schrijver de foto ziet: oh ja, dat komt uit diens hoofd. Dat wil je helemaal niet weten. Je weet ineens weer dat het verzonnen was.

Fictie is alleen voor jou gemaakt en al af. De schrijver hoeft er zelf niets meer mee, heeft de woorden na de ordening uit zijn handen laten vallen, ze zitten nu voor altijd tussen de kaft. De schrijver heeft je iets gegeven en liep daarna zelf snel weg.
Bij non-fictie gaat de schrijver naast je op het houten bankje zitten waarop je aan het lezen bent. Je strekt je samen uit en kijkt omhoog, ziet wat vogels wegvliegen. Je denkt er samen over na.
Bij fictie vormen die vogels de achtergrond van het verhaal dat de schrijver jou gegeven heeft, waarin hij je achter heeft gelaten, in jouw eentje, als in een fijne, heel luxe cocon. Je bent tijdelijk een rups en zet zodoende de tijd van je eigen verhaal even stil. Je hoeft het even niet te leven en je kan kijken hoe een ander dat gaat doen. Je hoeft niet na te denken, alles is al besloten, alles is al gebeurd. Het ging zo:… en je kunt er niets meer aan doen. Dat is luxe: je hoeft niets te doen.

Non-fictie is: je moet wel iets doen. Je doet mee. Je denkt mee. Je denkt na, samen met de schrijver. Dit is non-fictie want alles wat hier staat is echt, ik verzin dit niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s