Kwik en kroos

Op mijn strandjurk zitten spetters modder van een onweersbui van vorig jaar die er nooit uit gewassen zijn. Het is gewoon zand, maar ze gaan er niet uit. Ik stapte op de fiets om een vriendin te ontmoeten en verdwaalde, in de villawijk net buiten de stad, net voor het Martiniziekenhuis, het sjieke ziekenhuis, niet het UMCG waar ik vlakbij woon in mijn eigen pauperstraat. Ik fietste rondjes en wilde haar niet zomaar bellen en misschien zou ook mijn batterij dan leeg gaan. Ik belde niets, ik belde niemand en vond uiteindelijk met een natte hete rug onder mijn rugtas het begin van de Hoornse Plas. Dat was een punt dat ik kende, dat was tenminste iets. Maar daar hadden wij niet afgesproken, dus fietste ik weer terug. Ik was nu aan de andere kant, bij kaap Hoorn en fietste de houten brug die midden in de Hoornse plas ligt op, moest ik daar dan overheen? en belde haar toen toch maar. Terwijl ik midden op het meer stond hoorde ik haar lachen in de hoorn en uitleggen waar het Scandinavisch dorp was, waar ik niets van begreep, ik zei dat niet en hing ook lachend op en fietste weer terug naar het begin van het terrein via een omweg, ik durfde niet langs de plek waar hier ergens een naaktstrand zou moeten zijn, dat mocht niet toch? Ik had dorst.

Ik stond weer bij het begin. Ik kwam er ooit met Valeria en Vincenzo, precies op die plek, dat begin van de Hoornse plas en herinner me dat in de drie seconden dat ik er nu in haast langsheen fiets, want ik moet erlangs juist, ik moet verder nog, zei ze in de hoorn. Toen de zon zo hoog stond achter de wolken en Valeria daar steeds foto’s van maakte uit allerlei nauwelijks van elkaar verschillende hoeken, ze bleef zeggen “Ach, die mooie Noordelijke zon ook, die witheid, dat witte Noorderlicht” en dat irriteerde me, het is hier niet Noordelijk wou ik zeggen, je bent niet in Lapland, maar ik slikte dat meteen in en besefte dat Italië misschien ook wel niet het zuidelijke warme onnatuurlijk rare gele licht had dat ik ervan vond, de zon als eigeel aan de hemel. Ik wist ineens niet meer welke zon eigenlijk de normale was en keek hoe Vincenzo voorzichtig nog op het recreatieterrein aan zijn fiets probeerde te wennen, probeerde rondjes te fietsen en steeds bijna viel.

Het Scandinavisch dorp. “Het is een vakantiepark”, had ze gezegd, “je kan er beter zwemmen want er is niemand.” Ik vond het niet, ik kon het niet vinden. Ik fietste steeds net niet ver genoeg en was bang te ver te zijn. Ik belde haar drie keer en toen barstte ineens onderweg het onweer los.
Ik was al anderhalf uur te laat. Het was koud geworden. Ik droeg gelukkig al mijn bikini onder mijn jurkje en liep doorweekt de drempel over van het restaurant dat bij het vakantiepark hoorde en waar zij maar was gaan zitten wachten tot ik kwam.
Ze zat er als inheemse bewoner, vreemde non-toerist, zwanger en heel blond en koel met geen haarpluk anders dan anders. Ik ging de wc in om mijn bikini en jurk uit te doen en zat daarna onder de handdoek naakt in het restaurant. We bestelden bijna koffie, kwamen er toen achter dat geen van ons geld bij zich had. Daarna stonden we onder de luifel buiten het restaurant te kijken naar hoe de regen de speeltuin natmaakte. Geen van ons rookte. Ze vertelde over haar kind en was nog steeds rustig. We wachtten af, want na de regen en alle gedoe gingen we nog steeds zwemmen.

Het water had geen strand, er was een kant die een trapje had als in een zwembad en hout aan de randen, we waren aan een meer voor huisjes en bootjes gaan liggen en niemand zwom er behalve ik. Zij hoefde niet per se te zwemmen. Ze droeg een licht wit zwempak over haar opgezwollen buik en had tupperware bij zich met pastasalade erin. Het water had de kleur van zilver. Er waren alleen bootjes in de verte, ik vond het fijn er alleen te zijn, als ik met mijn teen de bodem probeerde te raken was er geen houvast meer en sloot het water rustig boven mijn hoofd. Het was koel en koud, het water glom en was donker, als zwemmen in kwik.

Ik wilde er eergisteren naar terug. Het was een warme dag zonder druk, zonder storm op komst of achter de rug. Er waren nu wel mensen, die op stoeltjes zaten en boeken lazen, vrouwen van middelbare leeftijd die topless zonden, niemand van mijn leeftijd, niemand met kinderen en vreemd genoeg niemand die sprak. Het was er erg stil. Ook al waren er nu ongeveer vijftig mensen, weer was ik de enige die als een non-dier, een vreemd mens dat niet gewoon kan duiken, bewegen of klauteren, mezelf overbodig helpend vanaf het zwembadtrapje het water in liet zakken.
Ik voelde nauwelijks temperatuurverschil tussen droog en nat. Overal op het wateroppervlak was het groen, het was veel te warm en vies en voelde slijmerig, aaiend tussen mijn benen. Men keek mij nieuwsgierig na, maar ik weigerde het om niet te gaan zwemmen, ik moest zwemmen, ik zwom. Niet doorslikken, dacht ik, en ik zwom naar de boei een stukje verderop.
Ondertussen keken de mensen naar hun boekjes. Er vaarden drie bootjes met mensen over het kleine meertje heen en weer tussen mij en de boei langs. Er keek een man met een verrekijker vanaf de kant over het water, zag ik toen ik een keer omdraaide en keek naar hoe ver weg de kant achter me lag. Ik draaide weer terug richting mijn doel en zag kleine muggen scheren op het water en deed steeds alsof ik ze met mijn handen kon vangen. Een ervan was felrood en veranderde van kleur in zacht oranje toen hij plat ging liggen door mijn golf.

Ik had de dag ervoor opgetreden op een festival en dat was zo heet dat het voelde alsof een hete pook mijn rug schroeide en mijn bloes aan mijn rug deed plakken toen ik in de tent op mijn blote voeten ietwat op mijn tenen achter de microfoon ging staan.
Erna was er geen bier. En er was ook geen pauze en aan het eind, na twee uur, waar we lang op moesten wachten wist ik als enige van ons al dat er een meer zou zijn en ging ik dat water in. Ik had mijn bikini meegenomen en wilde per se zwemmen, ook al was ik dan niet op tijd droog voor de reis terug in de gehuurde bus.
Ik liep erna met mijn bloes open over mijn nog natte bikinitop op het terrein alsof dat cool was, maar dat zag er alleen maar achterlijk uit, twee van die dikke watervlekken op de plaatsen van mijn tieten, ze lachten me uit, maar ook daar was het gelukt: ik was naar een boei gezwommen en weer terug.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s