Obsessie – II: De anderen

“Ik heb talent voor obsessie”, zeg ik tien jaar geleden. De twee jongens waarvan ik allang verliefd ben op een ervan moeten lachen.
“Ja?” zegt Die Ene, hij neemt nog een hand kroepoek.
De ander, waar ik logeer, blijft kijken naar de wand, naar zijn eigen mangaposters die hij toch allang zou moeten kennen.
“Ja”, zeg ik, serieus en teleurgesteld, bij voorbaat voel ik mezelf al de spiraal in glijden waar ik later in glij, De Jongen lachend en blij mee glijdend, geen flauw idee hebbend straks.
“Ik doe het ook zelf”, zeg ik.
“Het lijkt mij gaaf”, zegt de leuke aardige jongen voor wie ik geen obsessie zal gaan voelen. Hij heeft veel mooier haar.
Die Ene kijkt geamuseerd op en snuift door zijn neus. “Ja, het is wel intens of zo.” Hij grijnst. Hij staat op van de bank en haalt nieuw bier.

-Als ik haar stem al hoor dan denk ik al van hou je kop.
-Ja?
-Ze stond hier en maar zeggen tegen hem dat hij zo’n goede baan heeft en steeds maar van die steekjes onder water en Lisa voortrekken en de jongens geen blik waardig keuren hè. En dan zeggen dat Lisa geen prinsessenjurk aan mag, heeft mama die voor je gemaakt? Dat heeft mama zeker gedaan hè ja want mama heeft zelf ook geen werk en daar staat ze dan en hij zegt niets hè. Frank doet dan he-le-maal niets. Die kent z’n moeder ook wel langer dan vandaag. En ik sta daar met m’n handen in de keukentafel te knijpen. Alleen maar rustig en langzaam adem te halen en te wachten tot ze eindelijk weer oprot.
-Haha.

“We waren drie jaar uit elkaar maar ik was echt nog veel te veel met haar bezig. Ik was veel te veel met haar bezig.”
“Jezes.”
“Ja, I know. Het was best wel heftig.”

Iemand vertelt me dat hij er teveel over nadenkt, het is niet goed, het is obsessief. Ik zeg welnee dat lijkt me wel normaal bij je kind. Hij gaat er verder niet op in, het gaat inderdaad om het kind en niet om de obsessie, hij is niet geïnteresseerd in zijn obsessie, hij is blij dat hij nu over het kind praten kan. Hij praat over het kind. Het tuimelt eruit en alles wat ik zeg dat hem sust en kalmeert vreet hij op.

-Ja maar hij appt dus niet terug.
-Hoe lang geleden is die date dan?
-Eergisteren.
-Ohhh. Joh.
-Is dat normaal? Hij zei dat ‘ie me wel nog weer een keer wou zien maar hij wil niets vasts, zegt ‘ie. Is dat normaal? Drie dagen niets?
-En hoe was het ‘s morgens dan?
-Hij was meteen weg.
-Geen ontbijt samen?
-Nee. Is dat niet goed?
-Och. Nou ja. Als ‘ie naar z’n werk moet ofzo.
-Ja hij moest vroeg naar z’n werk. Naar Amsterdam.
-Nou dan.

Ik vertel erover, over mijn obsessietalent, maar eigenlijk weet ik het dan al. Kan ik op dat moment nog beslissen het niet te gaan doen, niet aan hem te gaan denken? Kan ik daar nog opstaan en weglopen van dat moment, van die bank, van die mangaposters? Weg. Ga weg, nu, voor het te laat is. Sta op!

“Drie jaar lang.”
“Hoe hou je het vol.”
“Ja. Nou. Het kwam toch goed, ik bedoel zoals dat gaat kwamen we weer bij elkaar nadat ik dat los gelaten had. Je moet het loslaten hè. Je moet het loslaten.”
“Ja.”
“Je moet het loslaten.”

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s