99 muren

Er stond een graafmachine, daarachter was de zandweg opengebroken en links en rechts ernaast waren gewoon weilanden dus ik kon er echt wel langs. Er stonden vier mannen die ik tot hun middel kon zien in de gegraven kuil, erachter nog een vrachtauto met drie mannen, daarachter nog een graafmachine. Ik was er nog nooit eerder geweest. Ik bleef staan achter de eerste auto en strekte mijn nek: keek naar links, keek naar rechts en de man die verderop aan de rechterkant rechtop stond te roken merkte mij als eerste op.

Ik was in mijn blote hardloopkleding net langs een hele groep mensen gekomen die wel op excursie leek: ze keken verbaasd om zich heen naar de weilanden, de sloten, de boerderijen en er was er één die voorop liep en steeds uitleg gaf.
Zo’n driehonderd meter daarvoor stond ineens een bord tussen de weilanden waar ik naartoe liep en mijn broek liet zakken en beschut kon plassen achter de bosjes ernaast. Ik lette goed op dat ik niet in de brandnetels stond te hurken en las op het bord met veel foto’s van grutto’s daarop dat de man die ik net tegen was gekomen, die met een machine alle zijkantflora van de sloot afschaafde en alle slib bovenop naar beneden liet flatsen, een lege rand aan de waterkant achterliet, dat die dat deed zodat de grutto’s veilig hun nesten konden bouwen en broeden, dat zij zo geen vijanden hadden die ze niet van mijlenver al konden zien.
Nog weer een kilometer terug zag ik het perfecte huis: een boerderij met zijn eigen berk, zijn eigen plataan, twee geiten en een schaap, in een perfecte kuil van netjes afgegraasd gras waar zijn eigen zonneschijn leek te schijnen. Nee, het huis daarnaast: een klein boerderijtje met enorme bloembakken waar grote bossen veelkleurige bloemen uit gutsten en de was op een molen buiten hing, waar een paard in de schaduw op stal stond.
Nog verder terug was ik voor het eerst dit weggetje in geslagen. Het moest toch kunnen dat als ik verder liep en nog verder, steeds maar rechtsaf sloeg, dat ik dan een grote nieuwe ronde voor mijn hardlopen gevonden had, hier in dit kennelijk beschermde reitdiepgebied.

Nu was ik bijna bij mijn fiets terug en daar stonden de graafmachines, de auto’s en de mannen. Ik was moe en hongerig en had de afstand onderschat, en blij eindelijk weer bij mijn fiets te zijn, maar ik durfde niet langs ze heen. Ik schaamde me dat ik me ineens zo bloot voelde in mijn korte broek en doorschijnende top met daaronder alleen een sportbeha en de hele natuur die net nog van mij was, waarin ik gewoon in de bosjes kon gaan plassen, was ineens een land waarin ik verloren was. Ik wilde niet langs die mannen. Van het rondje dat ik liep van punt A naar punt A was ik bijna bij A gekomen en toen liep ik terug, het hele eind.

Terug wandelend bedacht ik me dat het ook gewoon niet had gekund, die weg was echt opgebroken. Ik was niet alleen een bang watje, het kon gewoon echt niet. Maar die groep mensen dan? Waar kwamen die dan vandaan? Ik praatte mezelf moed in door de denken aan de curry die nog over was van gisteravond. Ik zag gierzwaluws en witte vlinders. Ik dacht aan een mop die ik ooit hoorde over twee gevangenen die uit gaan breken en die daarvoor honderd muren over moeten klimmen – dat dan bij de negenennegentigste die ene zegt: “Pfff, godsamme man. Ik kan niet meer. Ik ga terug.” Ik liep het hele rondje weer terug naar mijn fiets. Daar aangekomen stond ook een graafmachine. Het was heet, op de bok waar het glas uitgehaald was zat een man met zijn armen over het stuur te slapen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s