Pinken

Ik zat met mijn natte kont in het gras en trok een grasspriet uit de grond. Er waren alleen al bruin geworden aren dus deed ik een bruin geworden droge aar in mijn mond. Ik kauwde niet. Ik keek naar de overkant, waar alleen ik kon zien, alsof ik X ray vision had, dat achter die over het kanaal hangende boom mijn tas lag, en iets verder nog mijn fiets, platgelegd en op slot gedaan door mij, dat ik een grote roze handdoek erbij had gelegd over mijn tas heen, mijn slippers nog op het laatst in de tas gemikt, de hele verzameling bij elkaar daar lag in die bulkige tas met de roze handdoek erover, als een achtergelaten braaf op mij wachtend beest, een herkauwer, iets rustigs, zoals nu ook ik.
Er kwam een boot langs. Het water was ineens doorgesneden en de geluiden kwamen al van ver en galmden ver achter ze aan, maar ik zat er stil en zou er nog wel even blijven ook. Mij deden ze niets, mij konden ze niet deren, zo zagen die twee heren, die mij verbaasd ontdekten aan de verkeerde waterkant en haastig hun zonnebril aftrokken en nog even hun duim opstaken terwijl ze hun bovenlijf moesten draaien om me nog te kunnen zien. Ik was achterover gaan leunen met mijn bakkes vol in de zon. Ik kauwde nu toch op de spriet, waarom ook niet. Wie deed me wat, wie doet me wat vandaag dacht ik. Niemand toch zeker. Ze kunnen er niet eens bij. Ook de mensen op de kleine teringbootjes met hun stomme motortjes erin, die langsrazen en altijd net een biertje open ploppen en dat even proostend omhoog houden, grijnzend dat het wordt gezien, die mensen kunnen niet komen waar ik nu ben zonder radicaal te moeten remmen, zonder heel andere mensen te moeten zijn. Ze zouden nooit gaan liggen in een weiland zonder hek. Ze zouden niet op dit dijkje met een natte kippenkont gaan zitten in het gras. Ze zouden een zonnebril op hebben. Ik zat er te verbranden en dacht zelfs daarover: ach, dat loopt zo’n vaart niet, dat loopt niet zo’n vaart. Ik keek achterom, verplaatste mijn lichaam langzaam een beetje, het dorre gras prikte in mijn dijen, mijn voeten waren allang droog en ook mijn haar begon alweer te bewegen in de wind. Ik hoorde steeds een grasmaaier die werd bediend door iemand die ik nu nog steeds niet kon zien en die niet wist dat ik daar was, iemand die achter een groep bomen liep, ergens, in de buurt van een boerderij dichtbij maar het was zonder de bootjes er zo stil dat het net zo goed een boerderij verderop kon zijn, of misschien zelfs de boerderij helemaal aan het eind, bij de kleine sluis waarvan ik een glimp kon zien door de bocht in het kanaal.
Links stonden pinken, kleine koetjes, maar geen kalfjes meer, nog wel zacht en hariger dan grote en met korte staarten. Wit met zwart en roze neusjes die nat waren, ik hoorde ze snuiven, ik zag ze grazen en toen ik naar ze keek stokten ze acuut in hun bewegingen alsof ze schrokken en geschokt waren, alsof de eerste van hen me nu pas zag, ik zag ze denken: verrek. Rechts achter me stonden schapen, op het weiland naast hen. Ze waren propvol wol en grauw van kleur en graasden op hun gemak de nog wel groene lange dikke grasstengels aan de rand van de sloot. Ertussen zat een hek. De pinken hadden geen sloot.
Verder weg zag ik de vinexwijk aan de rand van Groningen, de mooie huizen aan het water die ik ooit weleens bekeken had met mensen, waar ik toen langs was gefietst, mensen die zulke huizen gaan kopen en verrukt kijken alsof het een concept is waaraan ze nu mee gaan doen, denken: hee, wat leuk! Een terras! We hebben straks een terras! maar ze gaan niet eens even op hun reet zitten aan de rand, hun benen eroverheen bungelend, ze pootjebaden niet eens. Ik zat er nu kilometers vandaan en hoorde de tongen van de pinken trekken aan het gras.
Ik hield mijn hand boven mijn ogen als de volgende boot weer kwam langs gevaren. Mijn boom was best klein vanaf de overkant. Het was al twee weken september en ik zat er bijna naakt en niemand die me zag, niemand die me kon zien. Ik moest bijna hardop lachen, maar dat was niet nodig, ik voelde het wel gewoon. Er waren veel boten die mij niet zagen en dat vond ik een groot plezier, bijna grimmig werd dat plezier, het had een cynisch plezier kunnen worden, maar de zon was zo fel en verwarmde mijn buik en dus kriebelde het vanbinnen en werd het niet grimmig maar mooi, werd het een echte vreugde, de vreugde van volkomen vrij te zijn, in een landschap te bestaan en te behoren.

In het kanaal gaan zwemmen doe je zo: je daalt de helling af, grijpt je niet vast aan takken of plukken gras want de bomen zijn daar broos en de plukken meestal brandnetels. Kijk goed naar je voeten en voel elke stap met je handen voor. Doe als een dier, zit op vier poten, kruip voorover op de grond. Daal af. Dan ben je bij de rand, daar zijn houten paaltjes ooit tegenaan getimmerd die groen zien van de gladde alg, veeg die eraf. Of voel gewoon voor of ze ruw genoeg zijn. Zet er een voet op en dan nog een. Balanceer voorzichtig, besprenkel je polsen en je hart met het water, je zult naar adem happen want het is ijskoud, doe dat en wacht tot je ademhaling weer normaal wordt. Laat jezelf nu zakken. Het is waarschijnlijk heel ondiep. Onder je knieën houdt het water al op. Ga alsof je een krokodil nadoet voorover liggen en beweeg jezelf voort met je handen onder het water, doe dan schoolslag. Al na anderhalve slag kun je jezelf kantelen en rechtop gaan staan en merk je dat de bodem onder je voeten is verdwenen en het water daaronder ijskoud geworden is. Haal diep adem en ga kopje onder, nog een keer, en nu: zwem. Zwem een flink stuk, en zwem daarna naar de overkant. Vlak voor je daar aangekomen bent moet je weer gaan kruipen. Kruip onder water, voel de stenen onder je, deze kun je niet ruw wrijven, zoek dus stenen die half boven het water uitkomen en zijn opgedroogd, voel of die los liggen, zoek er een om een voet op te zetten en voel of je een andere steen kunt vinden waaraan je je vasthouden kunt, trek jezelf zo langzaam steen voor steen omhoog. Je voetzolen lijken meteen te drogen op de hete stenen. Loop voorzichtig de dijk op en als je bovenaan staat: schud je haar. Je bent klaar. Je kunt gaan zitten op de rand en je benen languit strekken en je enkels over elkaar slaan, je ziet hoe je voeten vies zijn van dikke zwarte klei die langzaam opdroogt tot antracietkleurig zand. Je kunt nu gaan opdrogen in de zon.

Daar zat ik, en ik keek weer achterom. De pink die mij als eerste had gezien bleef weer als versteend stokken in zijn bewegingen, hief zijn kop en keek me strak aan. Die ernaast ook. Ik vond het grappig. Ik ging lachen, ik praatte tegen ze zoals ik praat tegen mijn kat. De pinken namen mij heel serieus en keken eerst wat verward om zich heen en toen liepen ze naar boven. Ze liepen de dijk op, richting het water, de dijk op naar mij en het kanaal. Ik was opgestaan en lachte zenuwachtig, ze waren met veel, een groep of dertig, ik had geen voer, ik kon niet zomaar het water weer in duiken en dat was ik bovendien ook niet van plan. Ik liep wat sneller dan mijn lome stemming eigenlijk toeliet naar het roestige hek dat tussen hen en de schapen stond en zette mijn voet erop, de roest viel eraf als afbladderende verf, ik klom omhoog, liet mezelf op het nippertje aan de andere kant naar de grond zakken – de pinken kwamen aanlopen, het was ze menens nu, ze dromden bij elkaar en op mij af naar het hek. Ik stapte anderhalve meter achteruit en kon ze nu weer van een afstandje bekijken. Ze bleven staan op de dijk en tegen het hek aan en hadden de schaduw van de boom waar ze in stonden verlaten, ze stonden te wachten, te schuren, te dringen en ze keken naar me met ogen die weg draaiden. Ik negeerde ze na een paar minuten en liep verder en droogde een heel eind verder uiteindelijk helemaal op. Daarna zwom ik terug naar de overkant. Ik zat er in de schaduw van de boom te lezen en ik at, ik dronk, ik wachtte en lag achterover, ik sloeg mezelf drie keer toen ik gestoken werd en toen ik bijna opnieuw was opgedroogd ging ik nog even uit mijn beschutting weg,  naast de boom zitten in de zon. Verderop, aan de overkant, zo’n honderd meter verder naar rechts, zag ik ze nog steeds staan, de pinken, ze drongen nog steeds aan tegen het hek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s