De les

De les ging over Socrates. Ik herkende dat woord voorzichtig als eerst: “Socrate, bla bla bla, Socrate, bla bla SOCRATE, bla bla…” Hij sprak het heel anders uit, het duurde even voor me het licht op ging dat hij Socrates bedoelde. Dat ontcijferde vervolgens Artistotele en ook Platone.
Wat ik niet wist en daar leerde: ze kenden elkaar allemaal, sterker nog, ze waren elkaars leermeester, sterker nog, ze waren elkaars minnaar. Dat ‘minnaar’ is dan een nogal modern begrip, zoemde onze monotoon dreunende docent met ineens een grijns en een blik het lokaal in. Hij legde droog uit (dat komt ook omdat hij voorlas uit zijn boek,  het dus allemaal als simpele en voldongen feiten leek op te lepelen) dat het op zijn oud-Grieks betekende dat Socrates Plato had geneukt en Plato vervolgens Aristoteles. Je werd leerling, je was dan een jongetje nog en naast het les krijgen in oreren, beargumenteren, nadenken, (later ook: schrijven, wiskunde, wat niet al) – had je leermeester met jou seks. Jongetjes waren daarvoor gemaakt, want vrouwen waren alleen voor kinderen. Jonge mannen waren voor de hogere liefde, voor het genot. Hij grijnsde nogmaals. Niemand leek onder de indruk te zijn. Als die Grieken dat nou zo deden dan was dat zo. Dit verbaasde me, omdat de mannen in Italië nogal homofoob leken te zijn, ook al, of juist daarom waren ze nogal lichamelijk; gaven ze elkaar zoenen op de wang, liepen ze continu arm in arm rond. Dat kon met mannen gewoon, met een vrouw betekende zoiets meteen al iets?
Zou het zoiets zijn? Ik peinsde erover en keek uit het raam. Ik hield de les vol door voor de helft op te letten en te proberen de tekst te ontcijferen en voor de andere helft mijn brein los te koppelen van het op dat moment gebeurende en bezig te houden met wat ik verwonderlijk vond.
De docent ging uitgebreid in op het uiterlijk van Socrates. Dat was geen knappe man. Dat weten we vrijwel zeker zei hij, want er zijn bustes van hem en als zelfs die al lelijk zijn, dan was het waarschijnlijk echt zo – want: of ze zijn waarheidsgetrouw en dus was hij lelijk, of ze zijn geïdealiseerd, zoals gangbaar was en dus was hij in het echt nog veel lelijker. Het was een kleine dikke man, kaal en met een baard en grote bolle ogen. (Arme Plato.) Een hele les lang sprak de docent over zijn uiterlijk, omdat het ervoor zou zorgen dat we beter begrepen dat dit werkelijk een man was geweest, dat hij in zijn tijd rondliep met andere mensen zoals wij nu ook doen, dat al die mensen, ook al was hun cultuur zo anders als de onze, gewoon ook toen al mensen zijn. Het werkte wel. Zo konden we misschien niet beter plaatsen maar ons wel levendiger voorstellen hoe hij een gezin had ook, dat hij niet populair was, dat hij als druktemaker werd gezien, in de gevangenis werd gegooid, dat Plato op moest passen met al teveel zijn rechterhand zijn maar ook weer niet hem in de steek wilde laten. Het was allemaal echt gebeurd, door echte mensen veroorzaakt en ondergaan.
Toen ik later tegen mijn Italiaanse vriend en mijn huisgenote zei dat ik het zo vreemd vond om uitgebreid college te krijgen over het uiterlijk van een grote geest, zeiden zij tja, dat is hier heel normaal. “Uiterlijk is toch ook belangrijk?” zei mijn vriend. “Als jij later een dochter krijgt, dan denk je: ik hoop dat ze slim is en sterk en gezond, maar toch ook vooral ‘als ze maar mooi is’?” Ik werd boos op hem, ik zei dat ik het helemaal niet belangrijk vond of mijn dochter mooi zou zijn of niet en dat ik haar dat ook zou leren. Hij lachte me uit. Hij zei: “Ha, denk dat maar, maar ondertussen vindt de wereld het wel verdomde belangrijk, voor een meisje.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s