Beschenen worden

De supermaan schijnt. Hij is door al het binnenlicht niet te zien. Ik doe een bureaulamp uit die op zonne-energie werkt. Er is alleen nog elektrisch licht.

De kat ligt in zijn wintervacht naast me op het glanzend hout. Daar is ooit beits op gesmeerd, of lak, er zijn hoeken afgerond, men heeft daarna de stukken aan elkaar vastgemaakt met kleine houten pinnen. De kat ligt met zijn ingetrokken klauwen op het gladde bruine hout en knijpt zijn ogen dicht omdat het tafelblad boven de verwarming hangt. Zijn wintervacht lijkt nooit voor hem te dik.

Straks gaat het sneeuwen, of komt er zoals vorig jaar ijzel. De dingen die we ons niet konden voorstellen zijn al een keer gebeurd. Nu is alles mogelijk.

Mijn schaatsen staan al klaar. Ik verheug me op met een handdoek in mijn rugzak naar een vijver toe te fietsen, waar kinderen zullen zijn met hun ouders die mijn vrienden zijn, om na het schaatsen de ijzers af te drogen en ze te verzorgen, te gaan invetten als ik weer thuis ben. Ze laten slijpen bij iemand thuis, door een vriend die schaatst. Hij slijpt ze op zijn slijpblok en ik kijk toe met een mok. En ik kijk, schaatsend op de vijver, naar iets verderop: ik weet nog hoe ik op dit gras in de zomer met een vriendin aan het picknicken was.
We trokken aan de achterkant van onze hemden op de onderkant van onze rug, we plukten aan de stof die plakte, we waaiden ons koelte toe. Zij had superberries meegebracht, ze waren gedroogd en heel duur en smaakten naar drop. Ik keek naar een paar meter verderop. Daar was de rozentuin en stond een leeg bankje.
Hoe ik een keer op dat bankje zat, een brief te schrijven en ineens het gevoel had dat er een vrachtwagen langs reed. Eerst nog doorschrijven, gewoon de zin afmaken, dan een punt. Dan een kwartje dat valt: verdwaasd om je heen kijken, denken: rozen, nog meer, struiken, dan bomen en dan gras, pas veel verder weg de straat. Geen vrachtwagen. Zo voelt een aardbeving dus.

Gaan schaatsen en kijken naar picknickplek waar ik keek naar de plek van de brief met het vrachtwagengevoel.

Dat bedenken aan de keukentafel om tien voor zes uit het raam naar buiten starend in het donker, naast een kat die lijkt op een vogel die zich heeft losgeschud en even – poef – ontploft van pluis.

Er is ook het licht van de lantaarnpaal, daar buiten, beneden. Daar zou iemand naast moeten staan en het zou lichtjes moeten regenen. Vriezen al een beet je misschien, dat als je die persoon bent het lantaarnpaallicht vervormt door rijp die op je wimpers bleef zitten. Er staan wachten op iemand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s