Zonneschijnstadjes

Als in een klein kuststadje een kind van elf wordt vermoord is het stadje daarna  nooit meer wat het geweest is. Het is dan de stad waar een moord is gepleegd. Het is de plaats die tóch niet veilig was – “Shit”, denken haar bewoners, “Mis gegokt”. Ze zijn in het verkeerde zonneschijnstadje gaan wonen.
Want zou het niet prachtig zijn, denken we – een wereld zonder pijn, verdriet, oneerlijkheid – een wereld zonder geweld? Daar willen we wonen, want we willen veilig zijn. Maar wat is veiligheid?

De behoefte aan een perfecte wereld waar alles prachtig was en niets pijn deed is groot en misschien is het wat de ouders van het jongetje van elf ook van het kuststadje hadden verwacht. Ze leven in een wereld van fictie: ze bestaan in de Britse detectiveserie Broadchurch. Maar zelfs in fictie bestaat geen pijnloze wereld en dus blijkt het kuststadje allesbehalve ideaal. Nu is het is de plek waar de kinderen niet meer onbegeleid naar school kunnen en niet langer tot na zonsondergang buiten op het voetbalveldje mogen spelen. Het is niet langer het stadje waar je de achterdeur niet op slot doet en misschien zelfs de voordeur open kan laten. Het is het stadje waar de bakker, de groenteboer en de postbezorger ineens niet langer vriendelijk groetende mensen, maar indringers zijn. Waar bemoeien ze zich mee?
Het kleine veilige zonneschijnstadje verandert in een stad uit de werkelijkheid. Coming of age: a reminder, zo zou je elke detective die met dit principe van de realitycheck speelt kunnen noemen.

Zie je nou wel
Het is een mechanisme dat in detectives vaak enthousiast wordt toegepast, dat tegenwerpen van die gedachte die de mens kan hebben: Maar hier gebeurt dat niet. Zo kan de kijker thuis gniffelend denken: ha, zie je nou wel. In het geval van Broadchurch gaat elke aflevering over de geheimen die na de moord van elke bewoner naar boven zullen komen, tot aan het einde toe: de onderste steen boven. Wij, kijkers, noemen dat entertainment. Kennelijk is het ontspannend om bevestigd te worden in het idee dat er aan de mensheid niet te ontsnappen valt.
De functie van het ontmaskeren van zo’n ideaal stadje is om ons, zittend in onze comfortzone, te confronteren met onze angsten over waar de menselijke natuur toe in staat is. We kijken met wellust naar verzonnen verhalen waarin dat gebeurt. Kies je favoriet: liever horror, de gedachte tot in het absurde  doorgevoerd, waarin je geconfronteerd wordt met bloed en gore? Of zit je liever op een hoog adrenalineniveau, dat geconstrueerd wordt door de strak gespannen snaar van een thriller? Of houd je het graag wat gezellig? Van horror via thriller komen we uit op de detective, die tot een onderhoudende puzzel verworden is. Toch is de functie nog steeds hetzelfde: kijk maar, zie je nou wel.

UTOPIA – I: HET UITBREIDEN VAN HET IDEE
Voordat de vraag wat veiligheid precies is te beantwoorden valt, is het handig breder na te denken over wat een ideale wereld überhaupt zou moeten behelzen. Dan komen er meer aspecten waaraan de perfecte wereld zou moeten voldoen voorbij. Stel dat we een veilige utopie zouden creëeren – hoe zag die er dan uit? Laten we geluk in de liefde eisen, een prettige baan daarbij, nuttig te kunnen zijn en fijn contact met de buren. Laten we in een wereld leven waar elke dag de zon schijnt.

Je stapt ‘s morgens monter de voordeur uit en zegt: “Goedemorgen!” De buurman staat dan juist zijn gras te besproeien met de tuinslang en zegt joviaal goedemorgen terug. Je bekijkt hem tevreden, complimenteert hem oprecht met de rozen in zijn tuin. Je hebt zin om door te gaan naar je werk. Het is dus niet uit haast, maar uit louter enthousiasme, dat je met ferme passen het grindpad afloopt richting je auto. Op het laatst hou je jezelf nog tegen en zeg je: “Oh-”
De buurman begint al te lachen, want hij weet al wat er komt.
“En als ik je verder niet meer zie vandaag – goedemiddag, goedenavond en goedenacht!” roep je vrolijk. Er is geen vuiltje aan de lucht. Je weet niet eens wat vuiltjes zijn.

Toch – het is ook een kwestie van smaak. Wonen in een wijk waar je buurmannen groet die rozen bijhouden? Je moet er maar zin in hebben. En alsnog moet je kennelijk elke dag naar kantoor, in deze wereld. We zijn dus nog niet klaar. En bovendien: misschien is het nog niet eens veilig genoeg, want er is in dit scenario nog steeds gevaar, omdat er nog auto’s zijn, er is verkeer, er is moderne infrastructuur. Misschien is het beter om de fantasie iets natuurlijker te laten zijn, om wat terug te gaan in de tijd? Misschien is het beter om iets dichter terug te gaan naar de menselijke roots – een paar eeuwen zelfs?

Terug naar de oorsprong
Een dorpje dan, midden in een loofbos – laten we ons dat voorstellen. Jaren,  nee, eeuwen geleden, zodat we in de tijd zijn waarin elektriciteit nog niet bestond en er nog geen bio-industrie was. Nu hoeven we niet naar kantoor met een auto, nu hoeven we nooit in de file te staan.
Nu hebben we onze eigen koeien en schapen en geiten en we maken onze eigen kaas. We drinken volvette en gezonde melk. We hebben vuur en plaggenhutten en iedereen kent elkaar goed. We weten niet hoe een vliegtuig dat overvliegt klinkt. We kennen geen televisie en geen internet – we hoeven niet op facebook te demonstreren wie we zijn. We praten met elkaar. Soms zetten we iets vast op schrift, maar niet vaak, want de mooie dingen onthouden we wel.  En wanneer we nieuwsgierig zijn ergens naar, dan stellen we iemand daarover een vraag. Dat is een persoon die ouder is, dat is iemand die het weet. Die schat dan in wat we willen weten en weegt dat af tegen waartoe we in staat kunnen zijn. Dan geeft hij ons het antwoord dat het beste is. In de zomer baden we in heldere riviertjes, die warm zijn van de zon. Wie wil dat niet? We zijn terug bij de bron.

Maar toch. Ook hier valt wat op aan te merken. Want is dat wel Utopia, is dat wel een ideale wereld, dat eigen boter uit melk moeten karnen? Het is wel heel veel werk. En is het veiligheid om in de winter half te bevriezen in een ondermaatse plaggenhut? Hou oud word je nou eigenlijk in deze wereld, hoe lang houdt je lichaam het vol? Het heden was dan wel haastig, maar bood wel een stuk meer comfort. Er moet dus nog iets bij.

Terug naar tegenwoordig
Stel je opnieuw voor: een huis. Een huis met elektriciteit, dat warm is en vol zacht licht – dat zetten we dan gewoon heel afgelegen in een hedendaags bos. We beschermen het. Daar is ruimte, zowel buiten als binnen: het is een heel, heel groot huis. Een huis met een mega-tuin eromheen en daar weer omheen een hek. Je hoeft niet met de buurman te praten en je hoeft nooit naar je werk. De hele dag kun je doen wat je wilt, je kunt in je eigen beekje poedelen, je hoort nergens in de omtrek auto’s. Het is een huis waarin je veilig bent. Je bent er niet alleen- je wordt verzorgd.
‘s Morgens word je wakker en krijgt ontbijt. Monter stap je de slaapkamer uit en zeg je goeiemorgen tegen je assistent. Die zegt vrolijk goeiemorgen terug. Je eet je cornflakes met biologische melk – daarvoor hoef je niet terug in de tijd. Daarna stap je naar buiten, met je blote voeten op het dauwnatte gras – ook daarvoor hoef je niet in een idyllisch verleden te zijn. Je loopt een rondje over je eigen land, je huppelt, springt, je rent. Maar het hoeft niet. Je hoeft niet vaak naar buiten, buiten is de wereld gevaarlijk en gemeen. Dankzij je assistent ben je veIlig, maar niet alleen.

Hier lijkt echt weinig op aan te merken te zijn.  Behalve het volgende: wordt een mens gelukkig van een surreëel bestaan? Misschien is een fundering in de werkelijkheid toch nog nodig. Misschien is dat de allerlaatste toevoeging die we moeten doen – dan moeten we er wel ongeveer zijn, toch, in die ideale wereld?

UTOPIA – II: HET IDEE TERUGSCHROEVEN
Laten we nog eenmaal filosoferen over een fijne, rustige, ideale wereld. Stel je de ultieme veiligheid voor, maar probeer die wat realistischer te houden. Bijvoorbeeld: je staat elke morgen om vijf uur op. Echt – het is de veiligheid waard. En ook: je woont best wel mooi.
Je houdt je stil, om de buren niet wakker te maken. Je sluipt op kousenvoeten door een huis in een prachtige stad. De zon schijnt in de zomers door de ramen en doet opdwarrelend stof glinsteren in de kamer, het doet je denken aan sterrenstof. Voor je raam staat een prachtige boom. Je woont er met je grootste liefdes, met de mensen die het dichtst bij je staan. Je spreekt ze en luistert naar ze, elke dag. Je bent met elkaar in contact. Je hebt alle tijd om te schrijven. Je leest soms, en leert veel. Er is ook iemand van wie je kan houden, je hebt een love interest. Het leven is regelmatig en betrouwbaar, je weet elke dag hoe het gaat. Maar het is niet bepaald saai te noemen.
Je woont niet in een zonneschijnstadje, niet in een veilig stadje aan de kust waar dat soort dingen niet gebeuren. Sterker nog: je weet heel goed dat dat soort dingen wél gebeuren. Je ziet en hoort het elke dag door het raam. Maar: hierbinnen ben je veilig. Er is een plek voor je gevonden om te schuilen, in de achterkamer van een huis.

Het achterhuis van Anne Frank zou een onmogelijke vergelijking met Utopia moeten zijn.  Maar het mini-bestaan dat zij daar had voldoet griezelig goed aan een aantal van de belangrijkste aspecten die utopisch worden genoemd. Kijk bijvoorbeeld naar de ideëen die Karl Marx erover had en hoe die in het achterhuis vreemd genoeg werden toegepast: de maatschappelijke tegenstellingen zijn er verdwenen, alle bezit is er eerlijk verdeeld, eigendom is zelfs afgeschaft, de burgers zijn er eensgezind en leven deugdzaam, en vooral, men is er veilig. Het achterhuis was een situatie die werd gecreëerd ter bescherming. Is het niet zo dat bescherming, in zo’n extreme mate, zelf verandert in geweld – in onderdrukking, in vrijheidsberoving?
Bescherming is geweld.

Willen ontsnappen
Dat bescherming juist een vorm is van geweld en niet tegengesteld eraan bevestigen alle bovenstaande scenario’s.  De kinderen in The Village – want uit die film komt het dorpje van vele eeuwen geleden – proberen uiteindelijk uit hun bosrijke omgeving weg te gaan, maar worden daarin tegengehouden en gedomineerd. Net als Truman uit The Truman Show – dat was natuurlijk de man die elke dag zijn buurman groet – op de dag dat hij de waarheid ontdekt bijna verzuipend aan zijn paradijs probeert te ontsnappen. En menige celebrity die zich in zo’n ommuurde omgeving bevindt als in de laatste optie, zal zich misschien langzamerhand meer achtervolgd voelen door het ingekaderd en gekooid zijn, dan door het geweld dat die muur buiten houdt.

Maar als het in de praktijk brengen van utopische ideëen culmineert in een controlerende omgeving die het daarin levende individu ondermijnt, hoe zijn we dan werkelijk veilig? Wat is nu werkelijk de ideale omgeving?

UTOPIA – III: DE CONFRONTATIE
Misschien is het een neiging van de mens om zich bij confrontatie met geweld te verliezen in een fantasie en toch ook te rationaliseren: om te proberen te ontsnappen en verklaren tegelijk.
Utopia creëeren gaat nog een paar stappen verder, het is voor de schepper de wereld helemaal zo te maken als hij zelf had gewild. Het is god spelen, of mama. Het is hoe sommigen hun kinderen opvoeden – hoe hun jeugd had moeten zijn. Het proberen te realiseren van een utopie zal altijd uitlopen op een dystopie, omdat aan de werkelijkheid niet te ontsnappen is. Maar als het onmogelijk is om aan de wereld te ontsnappen, als de ouders in het fictieve  Broadchurch dat niet eens kunnen doen, hoe moeten we dan met onze angsten over geweld omgaan?

In die detective vinden ze aan het eind de moordenaar.  Maar in het echt is de wereld niet zo logisch en overzichtelijk, is er niet de belofte een rationele conclusie te kunnen trekken uit gebeurtenissen die verschrikkelijk zijn.
Wanneer Anne Frank in haar dagboek schrijft: “Er is nu eenmaal in de mensen een drang tot vernielen, een drang tot doodslaan, tot vermoorden en razend zijn”, maakt ze een duidelijke keuze. Ze gaat de confrontatie aan. Zij kiest ervoor om haar eigen intelligentie en de realiteit waarin ze leeft geen geweld aan te doen.
Was het beter geweest als ze had gedroomd van een wereld zonder oorlog? Als ze zich daarin had kunnen verliezen? Je kunt je voorstellen, je in haar verplaatsend, dat het haar had geïrriteerd om te dromen van een wereld die elke dag door de realiteit genadeloos werd ontkracht.

Natuurlijk was Anne Frank uiteindelijk niet echt veilig. Maar stel dat zij nooit gevonden zou zijn – dat zij door had kunnen leven? Zou ze dan terug hebben gekeken op die oorlogsdagen in Het Achterhuis, de dagen dat ze tegen erger werd beschermd, – als het leven in een ideale mini-samenleving? Natuurlijk niet. Ook Truman en de kinderen die opgroeiden in The Village, personages die leefden in niet alleen veilige, maar zelfs ideale werelden die speciaal op maat voor hen werden gecreëerd, probeerden met toenemend afgrijzen uit dat ideaal te ontsnappen. En je kunt je afvragen hoe gelukkig de gemiddelde celebrity is binnen zijn veilige omheining.

De cruciale onmogelijkheid
Dromen over een utopie is een begrijpelijke en nuttige behoefte, maar een utopie is te glad en te strak, als een overbelichte foto, om in werkelijkheid prettig voor ons te kunnen zijn. Na het fantaseren over een utopie is het misschien dus mogelijk om uit te komen op de volgende gedachte: Wat is er beter dan een wereld waaraan niet te tornen valt, waarin verschil is – donker, licht, harde en zachte geluiden, mooie en lelijke mensen, kinderen, bomen, blokken beton, moord, verkrachting, liefde, puppy’s, anthrax, marteling, vlinders, kamperfoelie?

Een utopie is per definitie een onmogelijke droomwereld. Het woord komt van ou-topos, waarin ou een negatie is en dus betekent het letterlijk: onmogelijke plaats. Die onmogelijkheid is cruciaal en dat weten we. Het is het noodzakelijk veilige spectrum van de theorie, waarin onze soms wanhopige en dus waanzinnige fantasieën en verlangens veilig kunnen zijn. We hebben onmogelijkheid nodig.
En voor de dapperen onder ons, die zich liever troosten door de confrontatie aan te gaan, is er ook een scala aan oplossingen te vinden. Herlees Anne Franks dagboek, bijvoorbeeld, en hernoem het in gedachten dan, naar Coming of age: a reminder.

Geschreven voor en gepubliceerd in Handboek voor een optimistisch leven (AtlasContact) (augustus 2016).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s