Koriander en kip

Mijn vriend kookte, zijn vriend uit Afghanistan kwam bij ons op bezoek, met zijn vrouw en hun dochter. Een week eerder waren we eerst bij hen langs geweest, in hun flatje in Groningen waar ze nu weer een paar dagen waren. Hij verheugde zich erop zijn vriend weer te zien, ik de baby. We hadden foto’s van haar gezien, een prachtig kind met een gezicht dat voor een derde leek te bestaan uit koolzwarte ogen, die met houtskool waren omrand om dat nog extra te benadrukken. Nu was ze al groot, ze kon al wat staan, ze was al een jaar geworden en dus hielden ze kennelijk met de houtskool op.
De vrouw leek me eerst erg groot, in de grote jurken en gewaden waarin ik haar had gezien op trouwfoto’s op de telefoon van L. Ze had in drie dagen zes jurken aan gehad en haar handen zaten vol met henna en ze had die ogen, die zij dus doorgegeven had aan het kind, op elke foto stond zij met die ogen ons vast te grijpen en leek ze ons mee te willen sleuren in haar starheid, in dat moment waarin zij opgesloten zat, de bruiloft.
Of misschien is dat wat ik toen zag.
Ik kwam er al snel achter dat ze in het echt een gewoon lichaam had en dat ze bovendien wat jaren jonger was dan ik. Dat was op geen enkele manier aan haar te zien: niet aan de rustige en wijze manier waarop ze sprak, niet aan hoe ze kracht uitstraalde, niet aan in haar ogen die blik.

Ik was jaloers op haar om het kind, waar mijn vriend nog lang niet aan toe was. Zij was stomverbaasd toen ze binnenkwam, om de hoek keek en hem daar in de keuken zag staan met een kookschort om. Hij lachte zijn charmante lach en wenkte haar, zij ging naast hem staan en sprak haar vloeiende Engels met hem, ze roerde in de pot en snoof er brutaal aan, ze ging met haar armen over elkaar staan en trok een wenkbrauw op en M. bulderde van het lachen. Al rap, al na een minuut of twintig, werd zij brutaler en toen rustig zichzelf, toen ze ook zag dat haar man met mij praatte, dat wij met zijn tweeën achterbleven in de woonkamer en dat goed was, dat hij het kind op mijn schoot had gezet en ik verrukt was met haar.
L. praatte tegen me, gaf zijn rustige en vermoeide beleefdsheidsverhalen, stelde af en toe vragen. Het was een erg intelligente man en van nature een diplomaat. Ik vond hem te afwachtend en had vaak het gevoel dat hij niet echt naar me luisterde. Dat was niet zo. Zijn werk voor defensie in Afghanistan was gevaarlijk en zijn vrouw was gefrustreerd hier in Groningen in een kutflatje te zijn weggepropt, alleen, met een kind, dat had ze mij intussen verteld en dat zei ik nu weer dwingend tegen hem, in onze eigen taal, zodat zij dat niet kon horen. Hij kon haar echt niet helpen, verzekerde hij me vermoeid, hij kon haar niet meenemen terug. Het was te gevaarlijk.
Zijn vrouw werd net zo boos als ik, had ik inmiddels ontdekt, ze had een mening en ze ratelde die eruit, tegen mij, hij echode tegen de gebouwen toen ik haar op een dag vertelde hoe de bussen werkten en met haar meeliep terug naar haar flat. Haar man was geen goede man, zei ze ontevreden en nors.
Mijn vriend had mij, toen L. op zoek was naar een vrouw en ik me irriteerde aan de manier waarop, steeds verzekerd dat L. heus niet met de eerste de beste vrouw zou thuiskomen, dat zij intelligent moest zijn en krachtig en, zo bleek: dat had hij ook gedaan. Daar stond zij nu, in onze keuken, dwars grapjes te maken met mijn vriend, te flirten zelfs een beetje.

Mijn vriend zette het eten op tafel. Ik gaf het kind aan haar terug, routineus probeerde ze haar eten te geven, wat niet echt lukte. Toen ik na een minuut of twintig mijn bord leeg had en het kind overpakte gaf ze mij een blik van verstandhouding en goedkeuring, alsof we helemaal niet gewoon dezelfde taal konden spreken en alleen met onze ogen moesten communiceren. Toen leunde zij achterover en begon zij rustig aan haar bord. M. vertelde enthousiast aan haar over hoe hij de kip had gevuld met pesto, hoe hij er citroen bij op had gedaan.
L. stond op om M. te helpen met de afwas. Ik gaf de dochter nog steeds kleine hapjes rijst, die lustte ze want kende ze, de aardappeltjes vond ze maar niets. Het meisje was heel mooi en heel energiek. Haar moeder vond het eten echt lekker, al merkte ik dat ze het eerst heel voorzichtig proefde. Ik vond het leuk dat ze niet heel erg beleefd was. Ze had me een sjaal gegeven van kasjmier uit Dubai. De kleur stond me precies.

Een week eerder had ik het kind en de vrouw voor de allereerste keer gezien. L. was net met hen geland en had zijn vrienden uitgenodigd. De vrouw zat achterin de keuken en maakte schalen klaar, het kind lag in een box in de woonkamer te slapen. We stapten binnen, ik voelde me meteen heel erg een vrouw, een vrouwensoort, er waren er nog twee: de echtgenote van een Russische vriend, een ex-ballerina, die zo frêle was en dun en ook een baby bij zich had: hun kind, dat nu ineens zo wit leek en zo klein, doorzichtig bijna. Er was de Afghaanse vrouw met haar hoofddoek om in een hoekje van de keuken en binnen stapte ik, de Hollandse, met spijkerbroek aan en ongetrouwd en nog kindloos. Het leek wel een belachelijke klucht van stereotypes. We gingen aan tafel en aten. Het eten was erg goed. De vrouw was schichtig maar leek ook boos daarover, over haar eigen gedrag, ik probeerde contact met haar te maken en hoorde hoe mijn stem denigrerend vriendelijk klonk. Ze schoof me een schaal met salade met wortel, kikkererwten en verse koriander toe, het smaakte ontzettend goed.

Erna stond zij op, gingen de mannen op de bank in de woonkamer zitten en bleef zij achter. Ik wist niet waar mijn plaats was. Ik ging zitten naast mijn vriend, de Russische vrouw zat daar ook met haar baby en haar man en ik keek steeds achterom, waar zij achter was gebleven en dingen van schalen stond af te schrapen in de keuken. L. liet sigaren rondgaan alsof hij een Amerikaan was in de jaren vijftig en geen Afghaan, ik stond op en liep naar haar toe, ze lachte overdreven en weerde me af, duwde me terug naar de woonkamer.
Ze was klaar met de afwas en nu weer aan de keukentafel gaan zitten. Ik wist niet wat ik moest doen. Mijn vriend zocht een sigaar uit. De ballerina was met haar baby opgestaan en stond haar te wiegen bij het open raam. Ik werd boos. We moesten haar in de woonkamer krijgen.  Ik bleef M. met mijn ogen signaleren dat we haar erbij moesten hebben, maar hij deed niets.
Later zei hij dat hij zijn vriend niet in verlegenheid had willen brengen en werd ik weer heel boos, fietsend naar huis, ik ratelde en riep van alles, dat zich verdubbelde, weerkaatste tegen de lege gebouwen in hun straat.

“Weet je wat?” zei M. de volgende dag. “Ze blijven nu wat langer dan normaal. Laten we hen uitnodigen. Over een week, dan kook ik.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s