Pleidooi voor een speeltuin

Wanneer is een schetsboek iets waard? In Vier jaargetijden van Cyril Pedrosa loopt een vrouw rond met een fotocamera. Ze fotografeert mensen. Haar camera hangt altijd op haar heup. Ze fotografeert iemand die haar treft, ze weet niet van tevoren wie, of het zal gebeuren die dag, of die week. Dus is ze altijd voorbereid. En is het moeilijk om de foto te maken: zodra iemand plots gevonden is moet de camera nog geprepareerd, de persoon in de gaten gehouden, uiteindelijk moet er de juiste combi zijn op het juiste moment: persoon kijkt op, zij is er klaar voor: klik.

Ze weet niet waarom ze het doet. Of nou ja, dat is koket gezegd, semi-hulpeloos – semi-bescheiden, bedoel ik. Ze doet het, dus dat betekent dat ze er sowieso genoeg betekenis aan heeft gegeven. Ze loopt met die camera op haar heup, dat is zwaar, het laten ontwikkelen van de foto’s kost geld. Ze staat met haar hand om een stang in een bus geklemd en denkt na: hoeveel heeft ze er nog, op haar rolletje? Hoeveel heeft ze er al gemaakt? Hoeveel kost het om te laten ontwikkelen en afdrukken? Ze peinst erover en besluit: binnenkort moet ze weer een paar maanden werken in de fabriek. Maximaal drie, langer houdt ze het niet vol voor ze haast krankzinnig wordt. En dan is er weer tijd, en dan is er weer geld: voor de foto’s.
Waarom doet ze het? Ze kijkt naar buiten, uit het raam van de bus ziet zij de gevels langskomen van de straat in de stad waarin zij woont, ze ziet de mensen om haar heen in de bus zitten en hoort ze ook, ze voelt het staal verwarmd in haar verkrampte zweterige grip, ze denkt: ze zijn wel iets waard, die foto’s. Ze doet er voorlopig niets mee, maar ze besluit: ze bewaart ze.

***

Er zijn nu op internet veel schetsboeken te zien, van schrijvers of fotografen, van regisseurs of van muzikanten, van beeldend kunstenaars. Het is de creativiteit die achterbleef en niet gepubliceerd werd; de krabbels van David Bowie in een boekje, de tekeningen van Sylvia Plath, de krabbeltjes van Pablo Picasso achterop een ansichtkaart – die vind je op twitter, op sites online: dit is de wereld die er achter zat. Dit is de wereld die niet naar buiten kwam, en dat is de waarde die die wereld daarom ten eerste heeft: het onzichtbare wordt nu, o zo makkelijk, getoond. En vaak denk ik bij al die dingen: hoe kreeg men het voor elkaar het achter te houden? En vaak vraag ik me af: wat zijn deze schetsboeken waard?

Tegenwoordig heet een schetsboek een blog. Dit is er een. Ik laat er, makkelijk, al mijn krabbels op zien, als een kind dat weer trots iets gekleid heeft. Ik trek aan de rok van de internetsurfer en zeg: ‘kijk, mama, kijk! Ik heb iets gemaakt!’ Ik ben er dan ook echt trots op, al weet ik: dit is niet het echte werk. Misschien juist om die reden, juist om dat heerlijke gevoel: kindertijd, keukentafel, waterverf.
Dat gevoel als je klaar bent en op afstand kijkt naar wat je zelf in elkaar gezet hebt, dat kinderen misschien wel van nature en altijd hebben: een mix van verbazing en trots, komt denk ik voort uit het feit dat je hersens worden uitgeschakeld terwijl je iets maakt, voor een deel althans, en dat je dus het moment dat je een stap achteruit zet en ernaar kijkt een trotse verbazing ervaart over wat jouw vingers kennelijk aan het doen waren. Het is een verrukkelijk gevoel.
Van veel tekeningen ben ik na een dag, als ik ze zie, verbaasd dat mijn eigen vingers die maakten. Van stukken die ik jaren geleden schreef begrijp ik niet hoe mijn eigen hersens die linkjes hebben gelegd. Van foto’s die ik zie ben ik verbaasd dat ze eigenlijk best mooi zijn, dat ik kennelijk toch wel iets zag. Tenminste, bij de dingen die nergens aan hoeven te voldoen.

Wat ik naar buiten breng vóórdat ik het op mijn blog zet, of: wat nooit op mijn blog terechtkomt (nu zijn dat: een aantal essays en een multimediaal mini-e-book) is Het Echte Werk, zou je kunnen zeggen. Voor een deel is dat waar. Voor een deel is dat onzin. Wat ik hier doe is net zo goed het echte werk, in de zin dat als ik dit niet zou doen ik nooit iets voort zou kunnen brengen dat een echt werk is, dat buiten mijn blog gepubliceerd kan worden: een essay, of een reeks tekeningen, of een verhaal – een boek. Ik heb het nodig, het is de basis. Daarom zou je kunnen zeggen: die schetsen, dat wiel dat tussendoor draait, zijn niet per se minder waard dan een eindwerk, een olieverfschilderij – omdat het elkaar nodig heeft, omdat het één voortkomt uit het ander.

Het is het dagelijkse bedrijf. Het is wat je bezighoudt; het is wat je bezig houdt. Dit blog is een kijk in de keuken, maar het is tegelijkertijd het hele huis, waar dan het olieverfschilderij de prachtige gevel van geworden is.
Daar tussendoor en daar naartoe: ik schets. Letterlijk, bedoel ik, maar ook: ik schrijf, ik luister naar geluid en knip daarin, ik lees voor, ik maak foto’s. Ik speel. Een verrukkelijk ding daaraan: het hoeft niet goed te zijn. Het is puur pour mon plaisir. Vaak zorgt dát ervoor dat het goed wordt. Vaak ook niet.

***

Een schetsboek is dus iets waard. Maar dan komt de vraag, in deze tijd van internet, van individuele vrijheden en mogelijkheid – maakt dat een goede reden om ze ook te publiceren? Of is dat ijdelheid, snakken naar de bevestiging van het hebben van een publiek? Een vriendin zegt over haar blog: ‘ik doe het gewoon voor aandacht hoor.’ Maar zij zegt ook: ‘Ik hoef helemaal geen boek te schrijven, ik wil gewoon bezoekers.’

Ik heb ook een echt schetsboek. Ik heb een boekje van papier, waarin ik met een potlood tekeningen maak, die niemand ziet. Waarom hou ik die dan wel achter?
Ah – dat krijg je ervan als je veel laat zien; iets niet laten zien lijkt nu op achterhouden. Misschien lijkt het wel op mijn dagboek? Ik schrijf me helemaal suf, over alles wat me bezighoudt, ik neem audio op van echte stemmen en echte gesprekken met echte mensen, ik fotografeer – ik leg gedurende een dag, een week, mijn hele leven vast, maar er is óók een dagboek dat niemand ziet. Dat heb ik nodig, het gaat al ver dat ik het hier noem. Er is nu eenmaal privacy nodig, er is nodig, voor je ziel, dat je iets achterhoudt. Ook is dat nodig voor je blik: je kunt je perspectief niet altijd vooraan hebben zitten, je moet soms ook achteruit stappen, je terugtrekken voor het bredere zicht.
Ik vind het prettig, als ik de schetsen in het boekje maak, juist dát ik ze niet zal tonen, net zoals bij mijn dagboek; dat ze er helemaal alleen zijn voor mij. Zulke privacy wordt een intimiteit en een mildheid, die verborgen blijft: een uitspatting.

De altijd privé gehouden schetsboeken van kunstenaars die internet nu voor ons onthult maken mij onzeker. Ik trek er de conclusie uit dat echte kunstenaars hun schetsen achterhouden. Ik vraag mij af: ben ik exhibitionistischer dan de gemiddelde maker? Snak ik meer naar bevestiging dan de gemiddelde maker? Ben ik minder zakelijk dan een professionele maker? Dat combineert zich vervolgens met delen uit gesprekken die ik met andere makers heb, mensen die zeggen dat als ik mezelf serieus neem ik mijn werk niet zomaar te grabbel moet gooien. Mensen die op een dag besloten om helemaal niets meer gratis te publiceren, om zo hun werk iets waard te laten zijn, om nu de stap te zetten naar Het Echte Werk.
Ik kan onzeker worden van mensen die het voor elkaar krijgen alles wat er uit hun vingers komt te bewaren, in mappen te stoppen die ze verzegelen, die ze nooit aan iemand laten zien. Het voelt dan vreemd genoeg ook alsof ze er beter voor zorgen dan ik. Maar: waarom niet tonen, waarom geen lucht erbij? Elk museumdepot waarin alles straf bewaard blijft heeft ook iets te kouds, toch?

Ondertussen maak ik, schets ik, fotografeer ik, neem ik audio op; alles tegelijk, en door elkaar. Dan denk ik maar: Leonardo da Vinci deed ook alles tegelijk. Om maar iemand te noemen. Maar ja, een blog had hij niet. Zou hij er een hebben genomen, als hij de kans daartoe had gehad? Zou hij alles gewoon zomaar hebben laten zien?

Natuurlijk heeft men al die dingen ook om een andere reden achtergehouden: omdat eigen publicatie nog niet kon, want internet bestond nog niet. Het valt met die door mij geprojecteerde zelfdiscipline wel mee. Als ik de notebooks van Doris Lessing lees, waarin ze half krankzinnig wordt, omdat ze alleen kan praten met zichzelf, omdat de verschillende notitieboeken daarop prompt gaan praten met elkaar; haar schetsen zichzelf opvreten als een slang – moet ik daar aan denken. Er was simpelweg niet de mogelijkheid om zelf te publiceren, om zelf alvast te besluiten wat ze liet zien. Misschien is dat een van de redenen dat ze zo graag haar ‘schetsen’ door een roman heen reeg?

En er is nog een andere, net zo simpele reden dat vele schetsboeken achtergehouden zijn. Er zijn van die schetsboeken op internet ook schetsen die nu naar boven komen die ik, opgeleid als kunsthistoricus, nooit eerder heb gezien. En dat terwijl van beeldende kunstenaars de schetsboeken als artefacten worden bewaard en veelal gepresenteerd. Ik dacht dat ik ze allemaal wel kende. Hoe kan het dan, dat er nu zoveel schetsen naar boven ploppen van kunstenaars die wereldberoemd zijn, de canon der canon, die voor mij – tot in den treure met die canon volgepropt – nog nieuw zijn? Het antwoord is simpel: ze zijn niet goed.
Tekeningen van Degas, van Monet, Picasso. Lelijke tekeningen. Mislukte tekeningen. Tekeningen die me verbazen, omdat ze aantonen dat hun talent dus ook niet zomaar als Pallas Athena uit het hoofd van Zeus naar buiten kwam gemarcheerd: ze moesten oefenen.

Het ‘niet goed genoeg voor publicatie’-idee is ook een soort professionele eer. In onze internet-tijd is er zelfdiscipline voor nodig.
Je maakt. Je wil niet zomaar iets maken, je wil iets goeds maken, als je toch bezig bent. Bij bijvoorbeeld een verhaal is dat iets dat de lezer plezier moet doen. Je doet het niet voor jezelf. Daarmee bedoel ik: als je een verhaal schrijft dat jouzelf enorm emotioneert, dat je fantastisch vindt om te maken en te hebben gemaakt, is dat geen garantie dat iemand die het leest daarin hetzelfde vindt. Wellicht juist niet. Dat is voor een deel wat ‘kill your darlings’ betekent: het gaat erom dat plezier een uitlaat te geven, maar vervolgens te laten wegebben, daarna de mouwen op te stropen en te beginnen met  Het Echte Werk: de total butchery van nu het ding zo te vervolmaken dat het voor de lezer een plezier zal zijn. Daarbij blijven vele voorschetsen, vele delen tekst, achter. Die publiceer je dan om die reden niet: ze doen de lezer geen plezier, alleen jij.

Wat maakt het olieverfschilderij dus meer waard dan de schetsen? Dat het op maat is gemaakt voor de consument ervan. Het is alle keuzes die uit een proces zijn gedestilleerd; een proces waarmee de consument niet hoeft te worden vermoeid. Het is het eindprodukt. Het is een residu, dat nu op een dienblad gepresenteerd mag worden; voila! Het is iets waard, het meest waard, omdat het een resultaat is van iets, een laatste klein drupje, voortkomend uit een hele reeks aan erlenmeyers waaronder altijd een vuurtje brandt. Dit is het dan: het produkt waarmee je het publiek niet, en dus jezelf ook niet, te schande brengt.
Hoop je dan maar.
Je weet het nooit zeker, namelijk.
Na al die erlenmeyers weet je het nog niet – nooit. Dat is de angst die met maken te maken heeft. Maar ook: dat is de angst die pas komt met besluiten dat het iets moet zijn.

***

Ik zag laatst een cartoon die niet voor niets 17K retweets had. Iemand zegt opgewekt: ‘I wanna make art, but I don’t know how to get started!’ Waarop een enorme hand die persoon woest bij het lijf grijpt, op een stoel achter een tafel zet met daarop een vel papier, een potlood in de handen drukt en dan zo achterlaat: verkrampte vingers, zweetdruppels op het voorhoofd, gezichtsuitdrukking veranderd van blije ontkenning in intense terror.
Doe het dan, bitch.

Kunst maken is verschrikkelijk eng. Misschien is dat de reden dat zoveel mensen besluiten maar tien procent van wat ze doen te laten zien: angst. Misschien is het eer, een vorm van professionaliteit, van besluiten niet de lezer met elke scheet te vervelen. Misschien is het onmacht – geen toegang tot een platform. Misschien is het marketing en marktwerking: zelf beslissen dat je geld waard bent is tenslotte de eerste stap naar geld verdienen, dus: niet zomaar alles laten zien. Misschien is het nog in een mist zitten, nog geen grip hebben op wat je doet en dat dan ook nog niet naar voren brengen. Ook ik heb nog een hoop stukken tekst die achtergehouden zijn om die laatste reden.
Maar uiteindelijk is alles mogelijk en maakt iedereen de eigen keuze wat wel of niet (af) te maken, wat daarvan wel of niet te laten zien.

Misschien is het temperament. Voor mij is dit blog vooral een uitlaat, zo weet ik inmiddels, die ik hard nodig heb. Waar zou ik anders met al die indrukken, geluiden, kleuren, gesprekken, gedachten tussendoor  naartoe moeten – die dingen die misschien nooit in een boek terecht zullen komen, maar dringend zijn, die me nu eerst niet loslaten? Er moet een stoomaflaat zijn, zodat de diesel daarna door kan treinen.
En, ook: hoe anders hou ik mijn hersens en vingers wakker en warm – als ik niet ook andere zintuigen bedien, beheer, door te proberen ze te beheersen? Niet bloggen zet me stil, maakt me verstopt. En dan begin ik ook niet aan de olieverfschilderijen, dan zet ik niet eens de doodverf op.
Het is een speeltuin. Het is goed voor me, het heeft een functie die ik niet helemaal vangen kan en die veel verdergaat dan moeders koelkast. Het wiel draait.

Er zijn dingen die om wat voor reden dan ook (en misschien wel slechts voorlopig) niet goed genoeg zijn voor Publicatie. Daarvoor is er het blog: een schetsboek, voor de dingen die niet per se iets moeten zijn – die nergens aan voldoen; de dingen waar je trots op bent zoals je dat vroeger was, als kind.
Daarbij is het zo dat als je überhaupt besluit iets van eigen hand aan publiek te laten zien het risico neemt om voor lul te staan. Maar – ergens is het ook wel lekker, die angst. De angst die komt kijken bij het open laten zien van wie je misschien wel bent. Het toch doen, ondanks de angst, geeft je namelijk een bepaalde ongenaakbaarheid. Je hebt immers besloten, zelfs al weet je net als de fotograaf van Pedrosa niet eens precies waarom – uiteindelijk is die schroom niet, bij lange na niet, het ergste wat er is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s