De verdronkenen

Een van de moeilijke dingen van verliefd zijn op iemand die dat niet terug kan geven is dat je die persoon niet alles kan laten zien wat je hem wilt laten zien. Je kunt niet zeggen: luister dit lied, moet je zien hoe mooi dat schilderij is, kijk – het avondrood. Dat laatste kan helemaal niet, je kunt niet naar avondrood buiten je venster wijzen, hij is heus niet in de buurt. Hij staat bijna nooit naast je.
Maar jij – jij loopt gewoon door de straten met nog iemand in je hoofd. Je wil zo graag alles niet dubbel meemaken, maar het geven aan de persoon voor wie het ook is bedoeld – vanaf nu, maar dat kan niet. En je ziet, hoort, proeft, voelt dingen die hij ook zou moeten kennen. Alles weet hij niet.

In de zomer lag ik in een zee die eigenlijk te woest was. Ik had het niet meteen door. Het waaide hard, ik genoot daarvan, bijvoorbeeld van hoe mijn haar ineens omhoog woei, opgetild werd zomaar, toen ik de eerste stappen het natte zand in zette en het schuim over mijn enkels liet spoelen. Ik liet me zakken en ik liet me verder lopen, tot het maanstappen werden, tot het trappelen werd, tot het schoolslag was geworden en ik zwom te ver de zee in.
Toen ik na een paar golven die ik opgezocht had en over me heen had laten spoelen – snel omdraaien, de golf met mijn rug opvangen als een dikke klats van sterk kletterend water – terug keek naar de kant, was die veel te ver weg, veel verder weg dan ik had gedacht. Toen ik mijzelf kalm moest houden met een uiterste mentale inspanning, me in een combinatie van mee laten voeren op het juiste moment en snel peddelen op het andere mee liet terugvoeren naar de kant, om het toch nog te redden, toen ik alle hens aan dek moest hebben in mijn hoofd, zelfs toen was er nog ruimte voor hem, dacht ik: ik wou dat ik hem dit kon vertellen, dit is een avontuur. Als ik tenminste nog aan land kom.
Er stonden een man en een vrouw stil te kijken naar me, ze lieten een hondje uit en hadden me in de gaten gehad. Pas toen ze zagen dat ik uit de golven oprees, lopend, liepen zij weer verder. De nood was zo hoog geweest dat ik me helemaal niets schaamde, ik was blij dat ze er waren en mij hadden opgemerkt, dat ik niet alleen was geweest in de zee. Tegelijkertijd schrok ik nog een keer, dit betekende dus ook dat ik wel degelijk even in gevaar was geweest, zij hadden dat ook gezien.

Ik dacht aan dat ik hem dat wilde vertellen. En ook hoe het had gevoeld toen mijn haar ineens de lucht in waaide, recht omhoog getrokken werd. En het gevoel van hoe de wind nu streek over de rechtopstaande haren van mijn kippenvel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s