Registratie

Als ik mezelf terug luister, wat ik heel vaak doe, hoor ik mezelf schreeuwen. Ik hoor hoe ik klink als ik mijn best doe en dat is niet best. Ik doe het als ik indruk wil maken, of als ik het gevoel heb dat ik de leiding moet nemen (dat is veel vaker zo dan werkelijk het geval is). Ik bedoel te zeggen: deze week zat ik op mijn verjaardag eerst met een vriendin in een koffiehuis, daarna met een vriend in een kroeg. En ik hoor mezelf net te hard lachen en weet dat ik dacht waar blijft die koffie nou. Geef me iets om handen. Ik hoor mezelf steeds te snel een nieuw stukje kaas in m’n mond proppen, bang dat het gesprek stilvalt, te hard lachen om een grap. Te lompe dingen zeggen. Vaak, in zo’n geval, hoor ik mezelf een lange, gepassioneerde monoloog houden over het een of ander waarna een stilte valt waar ik me terugluisterend voor schaam. Ik hoor hoe ik me werkelijk gedraag. Ik hoor wat mijn vrienden horen. Ik hoor wat er gebeurt.

Als ik voorlees gebruik ik mijn stem om sfeer te creëren, dan maak ik alles rustig, laag en langzaam op een ritme. Ik neem je bij de hand, ga maar liggen achterover, luister maar. Dat is makkelijk, maar daar heb ik dan ook een ritueel voor en het belangrijkste daarvan is dat ik alleen in mijn eigen kamer ben.

Diezelfde stem klinkt schril en schel als ik de controle moet loslaten en kom tot het echte werkelijke gesprek, het pingpongen met iemand anders. Dat gaat onverwacht en vaak komt de bal van de verkeerde kant en op die momenten schiet mijn stem dan uit. En wat er dan gebeurt als ik dat opneem is dat er nu geregistreerd wordt, of ik dat nou wil of niet, hoe het werkelijk gaat, wat ik werkelijk doe, dat ik op mijn vader lijk, dat ik bravoure probeer te hebben, dat ik denk dat ik de beste ben. Ik luister niet naar mensen. Ik ontspan niet. Ik denk na over wat ik wil maken, hoe ik wil overkomen, wat ik kwijt wil, wat ik op een ander wil neerleggen, hoe ik indruk wil maken en vergeet aanwezig te zijn. Ik kan het niet, op dat moment, het is allemaal te dichtbij. Ik kan me niet voorstellen dat ik niets hoef te doen, dat we daar simpelweg zijn en vrienden zijn en dat niet iets is dat je niet steeds vast hoeft te houden – godsamme, hoe kan zoiets mogelijk zijn, dat is toch veel te ongelofelijk, dat is toch te mooi om waar te zijn? Hoe kan dat nou? Dat kan vast niet. Ik moet iets doen. Er wordt vast iets van me verwacht. Het is te groot om te beseffen, te veel voelt het, te groot een geschenk, een vriendschap, een echte band met iemand.

De mensen die het wel kunnen, die het op dat moment kunnen, normaal doen, die lijken al die sferen niet op te merken. Hoe werkt dat toch? Ze registeren ze wel, ze zijn heus gevoelig, ze zijn kunstenaars, de drie die ik ken bijvoorbeeld en die hetzelfde klinken gewoon, relaxt zijn, ontspannen. Die op het moment zelf exact alles horen wat wordt gezegd en daar exact invoelend op reageren en rustig zijn en rustig blijven. Alles voelen wat wordt gevoeld. Hoe doen ze dat? Hoe kunnen ze daar in godsnaam tegen?

Ik kan het achteraf pas aan, als een film die ik dan alsnog afdraai. En nu ik regelmatig daadwerkelijk een audiofilm afdraai kom ik erachter dat die film in mijn hoofd niet overeenkomt met wat uit mijn mond komt en uit mijn gedrag is op te maken. Het is verbazingwekkend te horen dat ik zo anders klink dan ik me voel. Ik vond een avond knus en fijn en gezellig maar ik schreeuw en maak lompe grappen en durf niets te zeggen over knus en gezellig. Niet op het moment zelf.

Al die sferen. Al die dingen, alles wat er is.

Er zijn maar heel weinig van mijn vrienden die werkelijk exact hetzelfde klinken als ik mijn audioapparaatje aan heb gezet als wanneer ik dat niet doe. Maar de paar die dat hebben kan ik benijden. Twee heb ik deze week, die dag van mijn verjaardag, op mijn log.
Ik zit daar in de kroeg en ik hoor de barman en de radio en het gesprek verderop en ik ruik de trui en de baard van de vriend die tegenover me zit en ik zie alle foto’s aan de muur, de lichtjes buiten, dat het heeft geregend en het is bijna nacht en winter in Groningen, hoe mooi dat altijd is, fietsers die langs zoeven en dat licht nog verplaatsen en verdubbelen, het kost me geen enkele moeite om dit te typen, het is het gewoon allemaal opschrijven, het komt altijd langs en alles tegelijk en het is mooi, ik zit binnen met een vriend in een kroeg en ik ben jarig. We proosten en drinken bier, we hebben nog niet gegeten, we hebben elkaar al een tijd niet gezien en moeten even op gang komen. Hij maakt grappen en ik lach, ik vertel iets over boeken en hij luistert geïnteresseerd, dan zijn de rollen over. Net als de vriendin die een date heeft en daar semi-dramatisch over doet, ik die raad geef die als ik terug luister stom en pompeus klinkt, wie denk ik wel niet dat ik ben. Ik ben vijfendertig geworden op dinsdag en eet chocoladetaart maar de koffie komt maar niet, er valt een stilte, ze kijkt me net te lang aan, dat doet ze, ik word daar heel zenuwachtig van.
Ik voel dat allemaal, al die sferen, en zij niet, hij niet, de ongemakkelijke stilte die hij nooit merkt, de te lange blik die zij heeft, wat ze niet doorheeft. Ook een derde vriendin die op m’n log zo gewoon natuurlijk klinkt heeft nergens last van. Allemaal klinken zij eerlijk en natuurlijk en precies hetzelfde als anders. Maar zij voelen die sferen niet. Of voelen ze die wel en liegen ze erover, ben ik zo eerlijk en dom te denken dat als men zoiets voelt het toch wel zou zeggen, zo raar is het te doen of er niets aan de hand is of is dat beleefd? Ik snap er niets van, hoe doen ze het? Het zijn geen ongevoelige mensen, helemaal niet zelfs.

Ik ontmoet iemand sinds lange tijd weer opnieuw. Meteen neemt hij het over, zodra ik op hem afstap. Hij kan niet gewoon een gesprek voeren en aanwezig zijn op dat moment, net als ik, ik struikel bijna in hem, ik kan niet gewoon naast hem staan, ik kan hem bijna niet aankijken zelfs, te dichtbij. Hij commandeert me snel hoeveel kussen we geven zodat we niet onhandig doen en nu gaat hij zijn schoenen aandoen, zijn veters strikken. Bukkend en naar voren starend ga ik automatisch met hem mee, ik denk er bij hem niet eens over na, het gaat volledig vanzelf want alleen zo lukt het ons, zo is het te doen, zo voeren we ineens op onze hurken een gesprek. We kijken elkaar niet aan. Zet ons niet naast elkaar aan een tafel en laat dan stiltes vallen, dat zou teveel zijn, dat zou gewoon teveel zijn. (Hoe zouden die klinken?)

Later registreer ik dat moment opnieuw en opnieuw, daar heb ik geen apparaat voor nodig, ik weet wat hij zei hoe hij klonk hoe hij rook hoe de zaal eruitzag welke kleren hij droeg wie er om hem heen stond de bewegingen die hij maakte – en ineens was ik weer weg, stond ik in mijn lichaam in de zaal ernaast naar een nieuw geluid te luisteren. Ik zette mijn audio-apparaatje weer aan. Ik luisterde naar een prachtige stem die mijn buik warm maakte en me goddank even uit mijn hoofd haalde want nu nog zie ik hem, zie ik zijn vingers zijn veters strikken en de bal van zijn voet en allerlei meer idiote details en de grootste dingen, zoals zijn gezicht, heb ik nauwelijks geregistreerd. Ik heb geen idee of hij nu een baard heeft of niet. Te dichtbij.

Als de kroegvriend weer terug gegaan is naar zijn eigen stad appt hij dat hij het heel gezellig vond. De vriendin appt grappige dingen over hoe de date was en de derde, die noemt me voor het eerst een vriendin. Ik hoor het haar zeggen, in het openbaar, tegen iemand anders die ze iets uit moet leggen. Ik word er heel erg blij van, het raakt me erg. Ik durfde dat nog niet. Ik sms haar terug hoe tof het klinkt en hoe leuk ik het vind, dat wat ik luisterde en zij me stuurde, maar ik denk alleen maar: ze noemt me haar vriendin. Ik hoorde het, het staat op band.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s