De lach en ook de ogen

Afgelopen zomer heb ik iemand ontmoet die dezelfde lach om zijn smoel draagt als mijn overleden broer. Een verlegen lach, die toch brutaal doorbreekt, langzaam zichzelf tot een grijns trekt. Met heel veel moeite heb ik mijn ogen van hem afgehouden toen hij in een restaurant ineens naast mij zat. Toen ik zag dat ook de ogen zeer hetzelfde waren – opvallende ogen had mijn broer en heeft ook hij. Toen ik hem in zijn gezicht keek van opzij en mijn adem stokte, dacht men om mij heen misschien dat ik om andere redenen van hem onder de indruk was. Ik maakte daar gebruik van, ik maakte vlug een flirtend grapje. Een grapje over wat dan ook – zeker niet over dat hij een gezicht tot leven brengt dat ik al zes jaar niet meer in beweging heb gezien. Zeker niet zei ik dat hij voor het eerst sinds iemand niet meer bestaat mij onderdelen toont van een gezicht dat ik nog regelmatig zo erg mis dat ik naar lucht snak. Hij zat daar, naast mij. Hij droeg dezelfde spieren om zijn mond en hij liet ze bewegen. Er werden grapjes gemaakt en steeds liet hij de grijns zien van mijn broer. Hij was een film.

Het is niet goed, denk ik, abnormaal – hoe sterk het verlangen was hem de hele tijd in zijn gezicht te staren. Elke beweging van de spieren in zijn gezicht wilde ik volgen. Dat verlangen was zo sterk, het was absurd, ziekelijk. Het leek wel liefde. Om alleen maar te willen kijken, kijken, kijken, naar dat levende gezicht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s