Een wetsuit afstropen

Sinds lange tijd schrijf ik met muziek aan. Lange tijd is in dit geval ongeveer twee jaar. In die twee jaar heb ik wel naar muziek geluisterd, en ook geschreven, maar niet tegelijkertijd. Ik luister naar Hounds of Love, het album van Kate Bush, nu ik Spotify heb kan dat, al had ik het liever op vinyl gedaan maar alles gaat een keer stuk en boxen dus ook. Net als op Utopia, het nieuwe album van Bjork, staan er allerlei geluiden op. Iemand die roept, soms Bush zelf, stukken van TV-series of radio, meeuwen, kerkklokken, een stoomlocomotief (die kende ik wel, dat wist ik natuurlijk wel, dat Cloudbusting daarmee eindigt). Er is een lied over ijs – het is kort en gaat erover dat de rivier dichtvriest en zij daar genoeglijk overheen schaatst, maar daarna zit ze eronder gevangen en eerst heeft ze nog niet in de gaten dat zij het is, denkt ze dat ‘iemand’ in het ijs zakt, roept ze nog om hulp – het blijkt zijzelf te zijn, zij is het, die in het ijs zakt. Ze zingt het ijl. Ze zingt misschien alles ijl, maar toch, ze zingt het extra ijl. Ik geniet er extra van, nu ik op geluiden let merk ik dat ik daarin niet de enige ben. Ik hou ervan als mensen op geluiden letten.

Ik lees een nieuw hoofdstuk in het kleine boekje over zwemmen van Roger Deakin. Ik weet nog niet wat ik ervan vind, het bevalt me wel maar staat me ook tegen, de toon vind ik wat te ‘pleasant’, ik erger me aan zijn zorgeloosheid omdat ik er jaloers op ben. Het enige dat ik zie als hij beschrijft dat hij besluit zijn wetsuit eerst nog even te laten voor wat het is en eerst naakt het zeewater om de Scilly-eilanden in te rennen, is de luxe van niet een lichaam hebben dat hij extra moet beschermen tegen niet kou, maar blikken van anderen om hem heen. Ik zie als ik mezelf voorstel deze reis in zijn voetsporen te zwemmen eerder een soort Ursula Andress uit de zee stappen, die meteen bekeken wordt. Hoe zou ik hem dus na kunnen doen? Ik zit in het lichaam van een vrouw en mis een vrijheid die hij niet eens merkt. Andress die stil blijft staan op het kruis in het zand waar ze even beloerd mag worden. Pas dan kan ze verder lopen. Die haar functie moet begrijpen en zich daaraan conformeert. Zo zou ik uit de zee stappen en daarom deed ik een badpak aan, afgelopen zomer, en ook omdat ik bloedde, het waren die dagen van de maand. Er kwam een man op me aflopen met alleen een handdoekje om, hij vroeg me vrolijk en totaal onbevangen waar de uitgang was van het strand – het was allemaal zo veranderd hier, zei hij breed lachend en toen me opviel dat hij mijn lichaam niet bekeek – hoogst ongebruikelijk bij een man die tegenover een vrouw in badpak staat, ze doen het automatisch, vaak hebben ze het niet eens door – ontspande ik en gaf ik hem antwoord, toen bedacht ik pas dat ik gewoon antwoord kon geven op zijn vraag. Hij liep daarna monter verder en al na een meter of twintig gooide hij zijn handdoekje af en zag ik dat hij naakt was eronder, en rende hij de zee in. Verderop deden een man en een vrouw dat ook. Ik vroeg me af of ik dat had gedaan als ik het die dagen had gekund.
Zo lees ik Roger Deakin en ik ben boos op hem, stikjaloers en gefrustreerd en woedend dat hij dit op kan schrijven alsof het een reis is die iedereen op dezelfde manier kan maken. Misschien heeft het ermee te maken dat ik gisteravond de docu ‘She’s beautiful when she’s angry’ zag, over de tweede feministische golf in Amerika. Most striking, zoals men dat zegt, vond ik de brede grijns die volledig uit warme lucht leek te bestaan van een van de vrouwen die een van de verhalen vertelde over hoe het ging. Het was een glimlach die zich om haar mond nestelde en die extra sterk was omdat het bleek mogelijk te zijn dat die niet meer hoefde te verdwijnen. Ze hoefde niet terug, er was een steen van haar rug afgegleden. Ze besefte dat ze werkelijk vrij kon zijn.
Twee avonden ervoor las ik – keek ik, bedoel ik, Black Mirror. In de laatste aflevering rijdt een jonge vrouw in haar eentje door de woestijn. Ze krijgt daar een opmerking over en lacht de man die die (bezorgde, goedbedoelde) opmerking maakt, uit. Dat is ook een manier, natuurlijk. Om te kunnen denken, waarom niet? Waarom zou een jonge vrouw dat in haar eentje niet kunnen doen? Ik doe dit gewoon. Dat is een manier, natuurlijk, om ervoor te zorgen dat dingen mogelijk zijn – door ze te doen. Is er niet een Chinees gezegde – zoiets als ‘onderbreek niet met bezwaren waarom iets niet kan de persoon die het aan het doen is’ of zo? Doe het gewoon. Zo raak je van je angst af. Ah – nee. Het is het doen ondanks de angst. En heb ik daar werkelijk zin in? Nee. Maar zal ik het doen? Ja. God, wat moet je anders. Binnen blijven zitten in je huis?
Ik keek een keer een film met een scharrel, hij ging over Berlijn en de val van de muur, op een gegeven moment komen de stamgasten van een café erachter dat die muur gevallen is door een meisje dat er naar binnen loopt, aan de bar gaat zitten en een glas bier bestelt. Ik protesteer. Belachelijk! Zeg ik. De scharrel kijkt me verbaasd aan. Wat kan niet? Ik zeg: als vrouw alleen. Hij kijkt nog steeds verbaasd. Ik zeg: je doet dat echt niet hoor, je gaat echt niet in je eentje in een bar zitten in the middle of die outskirts van Berlijn, je zal wel gek zijn, dat is levensgevaarlijk. Hij heeft hier duidelijk nog nooit over nagedacht en ik kan hem wel slaan, zo kwaad ben ik over het feit dat hij zijn hele leven geleefd heeft, al vierendertig jaar lang, en dit helemaal nooit heeft hoeven leren. Ik ben zo kwaad dat ik moet huilen en hij begrijpt er nog steeds niets van en juist daarom word ik nog kwader, en ik weet ook dat het zijn schuld niet is. Het is een vriendelijke, warme man, hij is veilig bovendien, ik moet dit moment niet verpesten, ik vraag of hij de rode wijn bijschenkt. Het valt toch wel mee, zegt hij voorzichtig als hij dat doet, hij wil me leren dat ik meer vrijheid heb dan ik denk. Hij schuift zijn grote forse lijf dichtbij en ik raak het aan. Ik wil de kracht ervan in het mijne opnemen. Ik stel me voor met zijn lichaam in de wereld rond te lopen – barren binnen kunnen lopen alsof je in een western de terugkerende sherriff bent, een montere tik geven tegen de klapdeurtjes van de saloon en binnenstappen. ‘Doe me er maar een!’ zeg je tegen de barman en niemand kijkt naar je lichaam. No one closes in. Wat lijkt me dat verrukkelijk.
Roger Deakin heeft ook zo’n lijf – een beetje fors en groot. Hij kan het gewoon gebruiken voor zwemmen en lopen en hoeft er geen enkel moment over na te denken dat hij wordt bekeken of hoe het er dus uitziet. Hij hoeft het alleen te beschermen tegen de natuur. Daarom loopt hij monter in die natuur rond. Ik klap het hoofdstuk dicht – ik wil niet lezen dat hij een reis maakt die ik toch nooit zou kunnen namaken. Nog erger vind ik dat hij dat niet weet. Die onschuld die uit de monden van mannen komt, die maatschappij die onwetend op hun tongen ligt – net zo goed bij mijn eigen vader. Ze weten het niet, ze weten zoveel niet, ze hebben geen flauw idee. Het is helemaal niet hun schuld. Ik moet mezelf dat inprenten.
In de biopic over Iris Murdoch stript zij, niet tot op naakt maar in een badpak nog, en springt ze in de slootjes om Cambridge. Ze is dan al in de tachtig en haar echtgenoot gaat mee en vraagt ‘What are you looking at’ aan de studenten die hun verbaasd aankijken. Ze zwemt, ze is vrij, het kan gewoon. Het kan altijd.
Ik lees verder in Roger Deakin die door de natuurwaters van Engeland zwemt. Hij doet het een jaar, hij heeft verdriet door een relatiebreuk en zijn zoon is naar Australie verhuisd, hij mist hem. Hij bedenkt: ik moet iets gaan doen. Ik moet een project hebben. En hij gaat zwemmen, hij besluit te gaan zwemmen. Ik ben jaloers op hem. Maar ik weet dat het kan, dat het uiteindelijk daarom gaat: op welke manier kan het wel?

Ik lees Roger Deakin die zwemt en luister naar Kate Bush, die in Devon woont. Volgende week ga ik weer op reis. Voor het eerst in tijden naar het buitenland. Misschien kom ik haar wel tegen straks, als ik terug ga in mijn eigen voetsporen naar Engeland op vrijdag, als ik dan op visite ga eerst en uiteindelijk weer in mijn eentje ergens in het midden van dat natuurgebied zal staan waar ik me vijf jaar geleden verloren voelde en nu over aan het schrijven ben. Ik wist niet wat ik deed – ik realiseer me nu veel beter hoe roekeloos ik destijds eigenlijk was. En nu heb ik een Iphone, ik kan daar internet op zetten, zodat ik straks precies weet waar ik ben. Maar ik doe het niet.
Ik las Alicia Kopf, zij ging ook op zoek naar iets wat ze niet wist, ze had niet eens de vraag waarop ze antwoord zocht – geen enkel aanknopingspunt, behalve, vaag, het gevoel dat een van die feministen in de docu ook benoemt: ‘hier klopt iets niet’. En ze loopt haar neus achterna. En zo vind je dingen. Zo vind je dingen uit. Zo schrijf je boeken, ga je op reis, verzuip je bijna in zee, of bos. Wellicht vind ik dezelfde montere toon als Deakin wel.

Er zijn veel dingen mogelijk, ook al zijn ze gevaarlijk, ook al zijn ze schaamtevol omdat ons en anderen dat wordt geleerd, en het is niet eerlijk en niet leuk. Een van de vrouwen in de feminisme-docu zegt: ‘It wasn’t always easy and it wasn’t always fun. I quit the womens liberation three times. But in the end, it HAD to be done.’ Hoe mooi, die neus die wij mensen blijven hebben, altijd – die ons naar vreemde wateren leidt. Barren, of zeeën, of slootjes om op je tachtigste nog jezelf in te laten zakken. Of het knagende idee, simpelweg, dat er iets niet klopt.
Een dier gaat op zoek. En als ik mijn lichaam niet een vrouw wil laten zijn, maar alleen als lichaam wil gebruiken, om er de zee mee te voelen of het hijgen in mijn keel als ik straks een heuvel op loop, ben ik ook een dier. Ben ik net als Deakin een dier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s